130403 Dossier 12/3690 schadeclaim onrechtmatige verwijdering 2eJvdH89-1

Procedure 12/3690 gaat over de schadeclaim als gevolg van de door het stadsdeel onrechtmatige verwijdering van de woning 2eJvdH89-1 die op 15 oktober 1999 onrechtmatig en zonder woonvergunning werd bewoond, zodat de Stedelijke Woningdienst geen onderzoek meer kon doen naar de illegale bewoning.
Onderstaande documenten kunt u inzien door op de datum (jjmmdd) te klikken:

130403 12/3690 schadevergoeding verwijdering 2eJvdH89-1 aanvulling 1 + bijlagen
130402 Schade-overzicht onrechtmatige overheidsdaad afvoer 2eJvdH89-1 op 991015
130218 Aansprakelijkstelling gemiste inkomsten weigering hoogste bod 2eJvdH87+95
120911 Verweerschrift van Houthoff namens stadsdeel
120810 S>R Inventarislijst 12/3690 van stadsdeel
1=Beslissing bezwaarschrift verzonden op 12jun2012=120612C +120503C+120323CV+
120323CS
2=Pleitnota ten behoeve van hoorzitting 23maart2012 =120323CB (Bremer vage kopieen)
3=Reactie namens Dagelijks Bestuur op het bezwaarschrift d.d. 2 maart 2012=120302 +70829 +61211 + 60411B
4=Aanvulling 1 Bremer bezwaarschrift dd 9 januari 2012=120109 + bijlagen
5=Bezwaarschrift Bremer 12 maart 2011+ zuiverschadebesluit verzonden 4feb2011=110312+110204a+60730
120723 Beroepsschrift besluit schadevergoeding verwijdering 2eJvdH89-1 +Bijl
120612C  Besluit stadsdeel over schadeclaim verwijderen woning 2eJvdH89-1
120503C Advies over schade “adresbeschikking ????” nee afvoeren 2eJKvdH89-1
120404 WOB-antwoord:deWaal en stadsdeel deden niets schriftelijk+geen onderzoek
120323CV Verslag hoorzitting stadsdeel over schade “adresbeschikking ????”
120323H Pleitnota medewerker Houthof-Buma
120323CB pleitnota Bremer in dossier +10823T +20502T (=4 bij A8 van 120810)
120317 Dossier Claim tgv afvoeren illegaal bewoonde distributiewoning 2eJvdH89-1
120315 Aanvulling 3:Opmerking dossiers balies+verzoek toevoegen  110204c: mediation
120312 Aanvulling 2: op bezwaarschrift schadebesluit nav afvoeren adres 2eJvdH89-1
120311 Concept reactie op het verweerschrift van dhr Nomden van het stadsdeel
120306 WOB-vragen verkoop stadsdeelpanden 2eJvdH87 + 95
120302 Verweerschrift van dhr Nomden
120109 Aanvulling 1 op bezwaarschrift schadebesluit nav afvoeren adres 2eJvdH89-1
111223 Afsplitsing bedrijfsruimte van bovenwoningen (zit in 120109)
111222 Huurprocedures tegen onrechtmatige bewoner 2eJvdH89-1 (zit in 120109)
111221 Technisch situatie en uitplaatsbemiddeling bewoner 2eJvdH89 (zit in 120109)
111214a S>B Verzoek aanvulling gronden
111213 Rechtbank uitspraak 10-1838: Beroep sloopkosten ongegrond
111025 Inspecteur Ron de Waal wordt vervolgd voor fraude en omkoping
110317A S>B Aanhouding behandeling bezwaarschrift tot 4 weken na uitspaak 10/1838
110312 B>S Bezwaarschrift schadebesluit schadevergoeding 2eJvdH89
110204a S>B zuiver schadebesluit op verzoek om schadevergoeding d.d. 30 juli 2006
110204b S>B zuiver schadebesluit slopen voorgevel zonder overleg en noodzaak
110204c S>B afwijzing verzoek om mediation
101217 VGA>S advies voor stadsdeel
101201 S>B antwoord wordt uitgesteld tot 16 januari 2010
101129 B>S schade na 31-12-2004
101103 S>B overzicht schade vanaf 31-12-2004 + verlenging antwoord tot 16-12-2010
101020 S>B Ontvangstbevestiging brief 12okt2011: binnen 4 weken een reactie
101018 B>S overzicht schade als gevolg van onrechtmatig handelen 2eJvdH89
101015 B>S oorzaak schade + memo 100620
101012 B>S  Reactie op brief  101005
101005 S>B Wij geven u 2 weken om reactie op advies kenbaar te maken
100929 VGA>S Advies voor stadsdeel
100923 VGA>B
100903 memo kostenoverzicht gemaakte extra kosten 2eJvdH89
100902 memo overzicht advocatenkosten tot 31-12-04 -> 59.697,08 Euro
100901 memo overzicht facturen en betalingsbewijzen  (+ 80 bijlagen)
100804 VGA>B ontvangstbevestiging en gaat eerst tot 31 augustus op vakantie
100729 B>VGA ongeveer tekst memo 10620
100620 B: Memo oorzaak + schade
100617100617 VGA>B verzoek informatie over verwijt + oorzaak schade
100615100615 SD>Rechtbank procedure 10/1838 heeft relatie met Schadeclaim
100423 S>B stand van zaken aansprakelijkstelling 30 juli 2006 wordt thans bestudeerd
100331 B>S Vernietiging RvS besluit 5 juni 2007 “sloopkosten” 2eJvdH89
100308 S>B Nieuwe beslissing over sloopkosten + weigering betaling
100305 B>S Betalingsherinnering terugbetaling sloopkosten nav uitspraak RvS 91223
91223 UITSPRAAK RvS: Besluit sloopkosten wordt vernietigd
90923 Prijzen appartementen Amsterdam 1999-2010
71107 Kratz&Polak Resolve: OP 8 maart waren er geen spoedeisende werkzaamheden
70829 UITSPRAAK RvS: 2eJvdH89-1 krijgt met terugwerkende kracht adres 2eJvdH89-1
70301 Einde benoemingstermijn Bremer bij Huurcommissie
70204 Panden 2eJvdH voorgevel en bouwmuren staan nog. 2eJvdH89voorgevel hersteld.
70202 B>S Aansprakelijkstelling alle schades 2eJvdH89
70107B Renovatie: Alle balken 2eJvdH87+89+91 vervangen stalen balken
61211 op 70829 vernietigde besluit rechtbank om Bremer niet ontvankelijk te verklaren
60801 B>S Verrekening sloopkosten 2eJvdH89
60731 B>S Aansprakelijkstelling Slopen gevel 2eJvdH89
60730 B>S Aansprakelijkstelling schade 2eJvdH89
60411JH89 Verkoop gesplitst pand 2eJvdH89 met 20m2 uitbouw
60411S87 Doorverkoop 2eJvdH87+95 stadsdeel via huizenhandel naar DPN voor 1,5mln
60321 Burgemeester had 2eJvdH89 moeten ontruimen ogv afwezig elektra (zie 40702)
51120 Koopsommenoverzicht 2eJvdH85 uit Kadaster
51108 Emails Ron de Waal <> Bremer: Brandgevaarlijke situatie + krakers
50930 2eJvdH85-1 te koop voor 224.000Euro op Funda
50805 Aanvraag bouwvergunning 2eJvdH91+93
50320 Pand 2eJvdH89  is meer verzakt dan panden van stadsdeel
50112 Onderzoek HuurCommissie:Vloer meer dan 2cm/meter verzakt > huurverlaging
50111Splitsingsakte: Bedrijfsruimte begane grond afgesplitst van 3 bovenwoningen
41202A Panden stadsdeel kunnen pas gerenoveerd worden als leeg en onverhuurd
41202B Aanschrijving pand 2eJvdH89 voor 360.000 Euro zonder horizontaal leggen
41202S Aanschrijving pand 2eJvdH89 voor 400.000 Euro met horizontaal leggen vloeren
41021 S>B Stadsdeel weigert nemen beroep vatbaar besluit voor toekenning adres 89-1
40808 Eerste beroep vatbaar besluit op verzoek om hertoekenning adres 2eJvdH89-1
40703 B>S Bremer biedt 210.000 Euro per pand van het stadsdeel ter compensatie
40702 B>S Elektra afgesloten en ontruiming noodzakelijk ivm brandgevaarlijke situatie
40701 Puntentelling HC 2eJvdH89-H 89 punten en 2eJvdH89-1 94punten
40504 Stadsdeel eist dat Bedrijfsruimte wordt afgesplitst
40401 GH toetst Fuks/Recourt: oppervlak bedrijfsdeel ongeveer woondeel>woninghuur
40217 Verzoek om 2 afzonderlijke adressen voor bedrijfsruimte en woning
40211 Verzoek om 2 afzonderlijke adressen voor bedrijfsruimte en woning
40209  Stadsdeel dreigt notaris met aangifte OM + aanklacht bij notariële broederschap
31003 UITSPRAAK HR: Er moet getoetst worden op Fuks/Recourt
20828 UITSPRAAK RB: Bedrijfshuur omdat huurovereenkomst is overgenomen
20506 S>B volgens hoofdhandhaving handelt afd. Vergunningen onjuist
20502G RedbandVisser Gespreksopname: binnentrap net zoals bij 2 en 3 hoog
20502T RedbandVisserTranscriptie gesprek binnentrap net zoals bij 2 en 3 hoog
20419 B>S verzoek om adres voor  woning op eerste verdieping ivm afsplitsing bedrijf
20417 S>B bedrijfsruimte mag worden afgesplitst van bovenwoningen
20128 Wildevuur SV-urgent, verhuisvergoeding en huur na renovatie niet.v.toepassing
011221 Procesverbaal RB: gebruiker 2eJvdH89-1 mag met SV-urgentie 6 mnd zoeken
011211 Tweede verzoek notaris om bedrijfsruimte te mogen afsplitsen
011205 UITSPRAAK RvS: 2eJvdH89-1 mocht niet worden afgevoerd zonder besluit
011020 Verzoek om het adres 2eJvdH89-1 toe te kennen aan woning eerste verdieping
010823T  MolekampTranscriptie telefoongesprek: Bremer zou huurder uit huis trappen
010823s331 Molekamp 331sec telefoongesprek: Bremer zou huurder uit huis trappen
10823s6 Molekamp11sec telefgesprek: Bremer zou anders huurder uit huis trappen.
010306 UITSPRAAK HC: bedrijfshuur
010215 SWD handhaving op illegaal bewoning 2eJvdH89-1 kan niet meer (woning weg!!)
010116 Plan van  Aanpak 2eJvdH 85-95
000907 Plattegrond bedrijfruimte 2eJvdH89-H en woning 2eJvdH89-1
000905 Afwijzing Eerste verzoek notaris om bedrijfsruimte te mogen afsplitsen
000815 Walinco kan nog steeds binnen 3 maanden de fundering kan herstellen
000721 Eerste verzoek notaris om bedrijfsruimte te mogen afsplitsen
000327 Voorstel verbetering Stadsdeelpanden 2eJvdH87+95
000305 Verzoek tot schadeloosstelling niet nakomen afspraken uitplaatsing bewoner
000131 Bewoner zelfstandige woning 2eJvdH89-1 vraagt huurverlaging voor 2eJvdH89H
000114 Bewoner 2eJvdH89-1 krijgt besluit over bezwaar tegen adresbeschikking Bremer
000113 Stadsdeel verklaart bezwaar Bremer tegen adresbeschikking niet-ontvankelijk
991221 Huurder 2eJvdH89-3 krijgt verhuiskostenvergoeding van stadsdeel
991205 Woning 2eJvdH89-1 op 1 oktober 1999 afgevoerd ivm Verbouw
991105 2eJvdH89-1 verdwenen door verbouw
991102 B>S Bezwaarschrift verwijdering woning 2eJvdH89-1 en bestemmingswijziging H
991032? Voorbeeld Meldings-voordrachtformulier SWD als 2eJvdH89-1 niet afgevoerd
991028 Registratie bewoning 2eJvdH89-1 : LET OP: NIEMAND INB.IS SAMENGEV.
991018 S>B Adresbeschikking 2eJvdH89: 2eJvdH89-1 weg bestemwijziging 2eJvdH89H
991015 Document op grond  waarvan 2eJvdH89-1 is afgevoerd
991004 Wijkcentrum roept huurders op om samen te werken en klachten te melden
990923 Wildevuur hodn EPService wil huurders bovenwoningen niet afzonderlijk praten
991016 Artikel 8.8 van de op 15 oktober 1999 van toepassing zijnde APV
990915 Zienswijzenbrief ontvangen op 20 oktober 1999 per fax van Ed Molekamp
990809 Uitplaatsingscontract: Na leegkomst direct beginnen met verbeteringsplan
990730 Bewoners van 2eJvdH89-H,  2eJvdH89-1 en 2eJvdH89-3 door SWD uitgeplaatst
990608 bewoners krijgen verhuiskostenvergoeding van 8000 gulden
990428 Kleuren foto met voordeur van 2eJvdH89-1 uit 1880
980126 2eJvdH89-H = bedrijfruimte en 2eJvdH89-1 = woning van Dhr de Wild Propitius
951223 VVD-fractielid Hans Bremer voorkomt sloop van de panden 2eJvdH85-99
990428 Foto voorgevel 2eJvH89
950330 European Perfusion Service wordt bij KvK geregistreerd op 2eJvdH89-H
901001 Onderhuurovereenkomst woning 2eJvdH89-1 tussen Mesman en W.Wildevuur

130113: Reacties Bremer op antwoord stadsdeelraad op raadsadres 17sep2012

xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx
Onderstaande tekst betreft de door de griffie voorgestelde brief namens de stadsdeelraad van 16 maart 2013.
Bremer heeft hierbij in vet opmerkingen geplaatst.
xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx

Geachte heer Bremer,

In uw raadsadres van 17 september geeft u aan dat u van mening bent dat de
stadsdeelraad in het verleden door het dagelijks bestuur verschillende malen verkeerd is
geïnformeerd. U vat uw raadsadres samen in een viertal vragen:
1. Aan te geven wat de raad wil doen om te voorkomen dat het Stadsdeel nog meer
gemeenschapsgeld verspilt door onroerend goed te verkopen voor een veel te lage prijs.
2. Aan te geven wat het standpunt is van de raad over het verstrekken van onjuiste
informatie door het Dagelijks Bestuur aan de raad in het kader van dit dossier en in het
algemeen.
3. Uw raadsadres van 31 mei 2010 te beantwoorden en in de commissie te behandelen.
4. Het DB te moveren om de interne notitie van 6 januari 2003 openbaar te maken.
Voorafgaand aan het beantwoorden van uw vragen, willen wij in algemene zin nog het
volgende zeggen, over dat wat u in uw raadsadres heeft geschreven.
In de jaren ’80 en ’90 van de vorige eeuw kocht de lokale overheid woningen van
particulieren aan. De panden werden dan overgedragen aan corporaties die de
achterstallig onderhouden woningen renoveerden of sloopten ten behoeve van
nieuwbouw. In de jaren ’90 werd het slopen van woningen steeds meer vervangen door
behoud en herstel. Dit gold ook voor de woningen in de 2e Jan van der Heijdenstraat 87
en 95 en Quellijnstraat 138 II. Deze waren aangekocht ten behoeve van sloop, maar door
de veranderende maatschappelijke opvatting werd door de deelraad destijds besloten
deze woningen niet te slopen.
Het stadsdeel is voor wat betreft de panden aan de 2e Jan van der Heijdenstraat 85-95
vervolgens jarenlang bezig geweest een verbeterplan, funderingsherstel, cascoherstel en
woningverbetering voor de gehele locatie te ontwikkelen. Dit in gezamenlijkheid met de
overige eigenaren in het complex. Helaas strandden de pogingen om alle panden
gezamenlijk op te knappen.
Opmerking Bremer 1: Het stadsdeel wilde destijds niet meewerken aan het gezamenlijke funderingsherstel. Drie van de 4 particuliere eigenaren hadden ultimo 2000 verbeterplannen ingediend.
Het stadsdeel had bij de eerste besprekingen met de particuliere eigenaren in 1998 reeds aangegeven dat het stadsdeel de panden wilde verkopen aan de andere eigenaren.  Twee eigenaren hebben in een overleg met het stadsdeel  mondeling aangegeven dat zij wel geïnteresseerd waren om de panden over te nemen.
Bremer gaf in maart 1999 aan dat hij geïnteresseerd was om de panden van het stadsdeel te kopen met de verplichting om deze te renoveren volgens de eisen van het stadsdeel.
Nadat Bremer een concept vernieuwbouwplan had ingediend heeft hij zij interesse schriftelijk bevestigd. In mei 1999 heeft het stadsdeel laten weten dat het stadsdeel de panden wilde verkopen dat zij nog in afwachting waren van de resultaten van een bouwkundig adviesbureau voordat het stadsdeel gegevens kon verstrekken over prijzen en verkoopcondities.
Bij het stadsdeel was derhalve bekend dat ik en een andere particuliere eigenaar van een pand in de locatie 2eJvdH85 t/m 95 geïnteresseerd was of 1 of beiden panden 2eJvdH87+95 van het stadsdeel te kopen en te renoveren onder de condities van het stadsdeel.

Corporaties wilden de panden niet overnemen van het stadsdeel. De aanschafprijs in relatie tot wat geïnvesteerd moest worden om de woningen weer op een goed kwaliteitsniveau te brengen was de reden dat er geen corporatie was die de panden wilde overnemen. Ook studentenhuisvester Intermezzo wilde de twee panden niet overnemen. Vervolgens is geprobeerd om de woningen aan de toenmalige
bewoners over te doen. Ook dat lukte niet. Het dagelijks bestuur heeft vervolgens
besloten een tender uit te schrijven onder drie partijen. Inzet was dat er snel een
hoogwaardig renovatieplan ontwikkeld zou worden.

Opmerking Bremer 2:
Er was niet besloten om een tender uit te schrijven aan drie partijen.
Dit is destijds niet in de stadsdeelraad besloten.
Een ambtenaar heeft tegen 3 partijen gezegd dat hij er voor kon zorgen dat ze de panden konden kopen.
De enige aannemer viel af, omdat deze waarschijnlijk niet alle informatie kreeg die de 2 huizenhandelaren wel kregen. De aannemer werd niet geinformeerd over het feit dat het stadsdeel de panden leeg zou verkopen en de huurders uit hun woningen zou zetten voordat de renovatie begon.
Ik heb in 2012 vragen gesteld op grond van de Wet Openbaarheid van bestuur over de merkwaardige vastgoedtransacties van het stadsdeel.
De ambtenaren die communiceerden met de huizenhandelaren gaven alle informatie die ze maar wilden hebben. De ambtenaren informeerden hen over de minimale verkoopprijs van het OGA en het feit dat er maar 2 kandidaat-kopers in de gelegenheid gesteld werden om te bieden.
De inzet om zo snel mogelijk een hoogwaardig renovatieplan te ontwikkelen is niet echt geslaagd. Pas vijf jaar nadat de bieders op de panden volgens het inschrijfformulier een bouwvergunning hadden moeten aanvragen werd er een bouwvergunning verstrekt.
Drie jaar daarvoor had het stadsdeel een dwangsom kunnen inzetten, omdat de panden volgens een aanschrijving op 2 december 2006 geen gebreken meer mochten hebben.
Het stadsdeel heeft niet gecontroleerd of de koper en zijn opvolgers voldeden aan de inschrijfvoorwaarden en het naleven van de aanschrijving.
Vanaf 2004 heeft het stadsdeel heel actief geprobeerd om de bewoners kwijt te raken. Het stadsdeel verstrekte verhuiskosten vergoedingen van 4500Euro aan de huurders om deze kwijt te raken, zodat de koper luxe appartementen kon bouwen.
Sommige huurders van het stadsdeel kregen van het stadsdeel zelfs een extra vergoeding als ze zouden vertrekken.

De panden werden op 17 oktober 2005 leeg verkocht aan Weijnen Vastgoed BV e.a.
Binnen zes maanden werden de panden doorverkocht met een winst van 1.500.000 Euro.
De ambtenaren die destijds overleg hadden met de huizenhandelaren en de bewoners van de panden van het stadsdeel 2eJvdH87+95 zijn niet meer werkzaam bij de afdeling.
De heer Kuiper is ontslagen en dhr Ron de Waal is uit zijn functie gezet in verband met een omkopingszaak. Op 18 maart 2013 is er een zitting bij de rechtbank over de omkopingszaak.

Het was voor de bewoners in die periode al een langdurige en vervelende situatie, gezien de staat van onderhoud van de woningen. Drie onafhankelijke marktpartijen hadden zich al bij het Stadsdeel gemeld als
geïnteresseerden voor de uitvoering van een vernieuwbouwplan voor betreffende panden.
Opmerking Bremer 3:
Er waren meer geïnteresseerden die niet zijn geinformeerd over de tender.
Doordat beide huizenhandelaren met de bewoners hadden gesproken in een korte periode, is het zeker niet uit te sluiten dat ze elkaar kenden. De eigenaar van pand nr 91 mocht namelijk ook bieden en de andere bieders hebben niet alleen met de meeste bewoners, maar ook met de andere eigenaren gesproken.

Het Stadsdeel besloot in 2003 tot het uitschrijven van een tender, waarbij alleen aan de
drie geïnteresseerde partijen de mogelijkheid werd geboden om een bod uit te brengen op
de (te vestigen) erfpachtrechten. Hiermee werd voorkomen dat er aan niet-gewenste
handelaren in onroerend goed zou kunnen worden verkocht (bijvoorbeeld via openbare
veiling).
Opmerking Bremer 4:
Slechts 3 geïnteresseerden waren door de ambtenaren op de hoogte gebracht dat ze op de panden mochten bieden.
Nadat er 1 was afgewimpeld mochten 2 huizenhandelaren een bod uitbrengen.
De huizenhandelaren zijn niet getoetst op criteria van de niet-gewenste handelaren.
Zij hadden geen of nauwelijks ervaring met vernieuwbouwprojecten.
De koper heeft nooit voldaan aan de eisen waaraan voldaan moest worden en heeft niets met de panden gedaan. Toen het stadsdeel de huurders er uit had, heeft Weijnen Vastgoed BV (e.a.) de panden leeg gekocht en binnen 6 maanden door verkocht met een winst van 1.500.000 Euro.

In 2008 heeft het dagelijks bestuur u al eerder antwoord gegeven op de vraag
waarom slechts drie marktpartijen waren geselecteerd voor om in het kader van de tender
een bod uit te brengen (kenmerk 2007/16243). Dit antwoord werd gegeven naar
aanleiding van een toen ook door u ingediend raadsadres.
Opmerking Bremer 5:
Het antwoord dat het DB heeft gegeven is mij onbekend.
Een document met kenmerk 2007/16243 waarin het DB een dergelijk antwoord geeft ken ik niet.  Ik verzoek u mij het desbetreffende document te verstrekken.

Het Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam (OGA) werd, zoals het beleid was en nog
steeds is, om advies gevraagd over de minimale marktconforme verkooprijs i.c. uitgifte in
erfpacht condities. Gezien de staat van de panden werd de opstalwaarde op basis van de
residuele grondprijsbepaling op € 0 getaxeerd.
Opmerking Bremer 6:
Aan het OGA werd gevraagd om een minimale prijs te geven voor het geval dat het sociale huurwoningen zouden blijven, maar met de huizenhandelaren werden daarna zeer lucratieve condities afgesproken.
Het OGA is niet geinformeerd over het feit dat het stadsdeel de huurovereenkomsten zou ontbinden en de huurders naast een verhuiskostenvergoeding een oprotpremie zou geven.
Volgens een brief van 4 december 2003 heeft niet OGA de verkoopprijs bepaald, maar heeft OGA de prijs van het stadsdeel overgenomen. Dit was toevallig de prijs die 1 van de huizenhandelaren al had geboden.

Gedurende deze tenderfase haakte een partij af in verband met de vraagprijs en de
noodzakelijke investering in de panden.
Opmerking Bremer 7:
De aannemer was reeds 3 maanden voor de tender afgehaakt, omdat deze niet was geinformeerd over het punt dat het stadsdeel de panden pas zou leveren als de huurovereenkomsten met de zittende huurders waren ontbonden.

Uiteindelijk bleven er twee partijen over, die boven de minimumprijs van het stadsdeel boden.
Op 13 februari 2004 heeft het dagelijks bestuur de hoogste bieder als toekomstige erfpachter aangewezen.
Opmerking Bremer 8:
De hoogste bieder voldeed reeds door het te laat versturen van het inschrijfformulier niet aan de inschrijfvoorwaarden.
Op 7 januari 2004 werden 2 huizenhandelaren in de gelegenheid gesteld om te bieden op de panden 2eJvdH87+95 voor 16jan2004 (zie 40107P).
De hoogste bieder verstuurde pas (per fax) op 18jan2004 een op 15jan2004 gedateerde brief met het ingevulde inschrijfformulier (zie 40118P).
De andere huizenhandelaar had zijn inschrijfformulier wel op tijd ingeleverd.
Voor 16 januari 2004 was er dus slechts 1 geldige bieding binnengekomen en die was niet van degene die de panden uiteindelijk heeft gekregen.
Pas op 22 juli 2004 is het DB akkoord gegaan met de uitgifte in erfpacht.
Destijds voldeed de uiteindelijke koper echter nog steeds niet aan de eisen die in de tendervoorwaarden stonden.
De uiteindelijke koper had op 23 juni 2004 voor de derde keer uitstel gekregen om een bouwvergunning aan te vragen. Volgens een document van 23jun2004 had de toekomstige koper voor 1 augustus 2004 een bouwvergunning moeten indienen.
Op 2 juli 2004 heb ik veel hoger bod gedaan, waarbij ik het stadsdeel onder condities heb gevrijwaard van een claim als gevolg van de gevolgen van het feit dat het stadsdeel in strijd met de APV een zelfstandige illegaal bewoonde woning had afgevoerd uit het gemeentelijke woningbestand.

Op 29 augustus 2007 heeft de Raad van State geoordeeld dat de in oktober 1999 illegaal bewoonde woning 2eJvdH89-1 als woning geregisterd had moeten blijven als 2eJvdH89-1. Op 13 oktober 1999 schreef de woninggerechtigde van de woning 2eJvdH89-1 zich uit en toen had de toenmalige Dienst Wonen kunnen ontdekken dat de woning 2eJvdH89-1 illegaal werd bewoond. Op 15 oktober 1999 heeft ambtenaar Ed Molekamp de woning die werd onderverhuurd uit het woningbestand verwijderd om de onderhuurder te helpen.
Nadat het geheel onrechtmatig bewoonde pand op 8 maart 2005 door brand verloren ging heeft de Raad van State op 29 augustus 2007 geoordeeld dat de woning op de eerste verdieping een zelfstandige woning was en een adres had moeten hebben.
Doordat de illegaal bewoonde woning vanaf 15 oktober 1999 officieel niet meer bestond kon de onderhuurder die er niet stond ingeschreven, maar er wel woonde niet de woning worden uitgezet, omdat de woning 2eJvdH89-1 officieel niet meer bestond.
Om uit de impasse te komen heeft Bremer op 2 juli 2004 aangeboden om de panden van het stadsdeel over te nemen en het stadsdeel te vrijwaren van de schade als gevolg van het onrechtmatig afvoeren van de illegaal bewoonde distributiewoning.
Achteraf bleek dat het bod zelf hoger lag dan het bod van de huizenhandelaar die nooit aan de inschrijvingsvoorwaarden heeft voldaan.
Hoewel er op 22 juli 2004 nog geen bouwvergunning was aangevraagd door Weijnen Vastgoed BV (e.a) ging het DB toch akkoord met de uitgifte in erfpacht aan Weijnen Vastgoed BV (e.a.).
Vanaf medio 2004 heeft het stadsdeel er alles aan gedaan om haar huurders van de panden 2eJvdH87+95 weg te krijgen. Toen alle bewoners van de stadsdeelpanden hun woning hadden verlaten heeft Weijnen Vastgoed BV (e.a.) de panden op 17 oktober 2005 gekocht. Vervolgens heeft Weijnen Vastgoed BV (e.a) niets aan de panden 2eJvdH87+95 gedaan en binnen 6 maanden doorverkocht met een winst van 1.500.000 Euro.

Hiermee was de verkoopprocedure (uitgifte in erfpacht) voor het stadsdeel afgerond. Latere biedingen,
zoals die werden gedaan in juli 2004 en april 2005 waren dan ook zinloos en konden niet
meer worden meegenomen, omdat de panden al verkocht waren.
Opmerking Bremer 9:
De verkoopprocedure was toen nog lang niet afgerond want de panden werden pas op 17 oktober 2005 aan Weijnen Vastgoed BV (e.a) overgedragen.
Tot die tijd heeft het stadsdeel de huurovereenkomsten met de huurders van haar panden ontbonden. Toen alle huurders hun woning waren gezet heeft Weijnen Vastgoed BV (e.a) de panden afgenomen en met een leuke winst doorverkocht.
Pas in 2008 is er een bouwvergunning voor de panden verstrekt, terwijl deze al vier weken na de bestuurlijke gunning aangevraagd had moeten worden.

Op grond van het aan mij beschikbaar gestelde dossier op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur blijkt dat het stadsdeel niet aantoonbaar heeft gehandhaafd op het nakomen van de inschrijvingsvoorwaarden.
Het stadsdeel had de verkoop voor de extreem lage prijs kunnen tegenhouden, omdat de kandidaat-koper nooit voldaan heeft aan de inschrijvingsvoorwaarden en de inschrijving te laat binnenkwam.

Mijn bieding van 2 juli 2004 was zeker niet zinloos.
Destijds voldeed nog geen enkele bieder aan de inschrijfvoorwaarden.
Bovendien was bij het stadsdeel reeds sinds april 1999 bekend dat ik al dan niet samen met een compagnon/aannemer geïnteresseerd was om de panden van het stadsdeel over te nemen en te renoveren volgens de eisen van het stadsdeel.
Het stadsdeel heeft in mei 1999 mijn interesse bevestigd en gemeld dat er toen nog geen specificaties van de verkoopvoorwaarden te geven waren.
Het bod wat ik op 2 juli 2004 deed was aanzienlijk hoger en gaf het stadsdeel een vrijwaring van mijn claim voor het in 1999 onrechtmatig verwijderen van de destijds zonder woonvergunning illegaal bewoonde woning 2eJvdHeijdenstraat 89-1.

In december 2004 heeft het stadsdeel de panden 2e Jan van der Heijdenstraat 87 en 95
aangeschreven. De aanschrijving was onderdeel van de erfpachtovereenkomst.
Opmerking Bremer 10:
Volgens de aanschrijving moesten de vloeren van de stadsdeelpanden 2eJvdH87+95 horizontaal gelegd worden, zodat de bewoners er wel uit moesten.
Aangezien daarna alles in de woning werd vervangen ontstond er een nieuwe woning. Het stadsdeel en de bevoorrechte kandidaat-koper konden dit argument gebruiken om er voor te zorgen dat de bewoners definitief uitgeplaatst moesten worden. De panden van de particuliere eigenaren 2eJvdH89+91+93  werden niet aangeschreven om de vloeren horizontaal te leggen, zodat de bewoners van deze panden tijdens en na de zeer ingrijpende renovatie hun woning konden blijven bewonen en huren.
Na de brand in 2005 van het pand 2eJvdH89 heeft de renovatie van alle panden 2 jaar stil gelegen. Uiteindelijk zijn alle huurders uitgekocht en zijn alle verdiepingsvloeren vervangen.

In de erfpachtovereenkomst was tevens een risicodelingsregeling, het delen van mogelijke
winst bij verkoop, opgenomen. Het erfpachtrecht, inclusief de renovatieplicht, is de jaren daarna verschillende malen doorverkocht. Dit is gebeurd met toestemming van het dagelijks bestuur.
Opmerking Bremer 11:
Uit het WOB-dossier blijkt dat het DB zich zeer slecht heeft laten informeren en enkele met projectontwikkeling onervaren ambtenaren de vrije had heeft gegeven.
Ook signalen van uit de raad zijn door het DB niet opgepakt.
Reeds in augustus 2004 heeft de fractie VOZ kritische schriftelijke vragen gesteld over de verkoop van de panden. In het antwoord van het DB van 21 september 2004 staan aantoonbaar onjuistheden.
Zelfs in maart 2006 had het stadsdeel de verkoop van de panden door de eerste  koper (Weijnen Vastgoed BV e.a.) nog kunnen voorkomen of er voorwaarden aan kunnen stellen.
Op 1 maart 2006 heeft de fractie Amsterdam Leeft! een interpellatie aangevraagd.
Hoewel de interpellatie op tijd binnenkwam, heeft toenmalig voorzitter van de raad Egbert de Vries de interpellatie niet toegestaan. (zie 60301)
Na de verkiezingen van 5 maart 2006 werd Egbert de Vries wethouder Wonen.
Op 30 maart 2006 gaf het stadsdeel toestemming om het bouwvolume van de panden 2eJvdH87+95 te vergroten met 20% zonder de erfpacht te verhogen en mochten de panden worden verkocht.
De desbetreffende toestemming is overigens niet gegeven door het DB, maar door een tijdelijk hoofd van de afdeling grondzaken.
Achteraf kan worden vastgesteld dat het DB de verkoop van de panden 2eJvdH87+95 vrijwel geheel heeft overgelaten aan onervaren en/of tijdelijke ambtenaren en dat het DB ernstig tekort is geschoten in haar controlerende taak.

Het onderzoek naar de mogelijkheid om de risicodelingsregeling toe te
passen op de leveringen van de woningen van de 2e Jan van Heijdenstraat 87 en 95 aan
de verschillende eindgebruikers/eerste bewoners is gestart.
In de periode van economische voorspoed, die tot ongeveer 2008 duurde, gingen de
almaar stijgende vastgoedprijzen regelmatig stelselmatig over de kop. Zo was er op 3 juli
2004, een half jaar na de sluiting van de tender, een bod bij het stadsdeel
binnengekomen, dat bijna € 50.000 hoger lag dan het hoogste bod van januari 2004.
Opmerking Bremer 12:
De extreem lage verkoopopbrengst van 2eJvdH87+95, kwam doordat het OGA niet wist dat het stadsdeel de panden pas zou leveren nadat de huurders door het stadsdeel waren uitgeplaatst. Dat de uiteindelijke koper van 17 oktober 2005 tot 10 april 2006 een winst maakte van 400%, kwam doordat de panden vrij van huurders konden worden doorverkocht.
Mijn bod van 3 juli 2004 was niet alleen 50.000 Euro hoger, maar hield ook in dat ik het stadsdeel zou vrijwaren voor de schade als gevolg van het onrechtmatig afvoeren van de in oktober 1999 onrechtmatig bewoonde distributiewoning 2eJvdH89-1.
Bovendien was ik er vanuit gegaan dat de huurders van het stadsdeel niet verplicht werden uitgeplaatst. De enige overgebleven bewoner van mijn pand 2eJvdH89 hoefde volgens de inspecteur niet mee te werken aan een uitplaatsing. Inspecteur de Waal wilde zelfs niet meewerken aan de ontruiming van de extreem brandgevaarlijke gekraakte bovenwoningen. Bij inspecteur Ron de Waal was bekend dat de gas- en elektra-installatie door het Nuon was verwijderd en op grond van de gemeentelijke richtlijnen hadden de bovenwoning dan ontruimd moeten worden (zie antwoord schriftelijke vragen PvdA 60321).
De bieding op de tender van Weijnen Vastgoed BV (e.a) was onrechtmatig (te laat binnen gekomen) en pas op 22 juli 2004 ging het stadsdeel akkoord met de toewijzing van de kandidaat-koper.  Aangezien Weijnen vastgoed BV (e.a.) nooit een bouwaanvraag heeft ingediend had het stadsdeel de panden helemaal niet hoeven te leveren op 17 oktober 2005, maar had het de panden ook op een meer transparante openbare wijze kunnen verkopen.
Als de geheel lege panden op 17 oktober 2005 openbaar waren verkocht op de huizenveiling hadden deze waarschijnlijk meer geld opgebracht dan de 1.500.000 Euro die de aannemer had geboden die door de huizenhandelaar was gevraagd.
Het stadsdeel had hierdoor zelf een beloning gekregen voor haar inspanningen om de huurders uit te plaatsen voor de huizenhandelaar.
Met de extra inkomsten van 1.500.000 Euro had het stadsdeel de belasting voor de  burgers kunnen verlagen.

En deze zelfde particuliere investeerder bood op 7 april 2005 zelfs nog een keer € 100.000
meer. Op deze snelle prijsstijging had en heeft het stadsdeel geen invloed.
Opmerking Bremer 13:
Mijn bod was relatief nog veel hoger, omdat daarin ook een vrijwaring van de schade door de brand in was verwerkt.

Evenmin als op de prijsdalingen in het huidige tijdsgewricht. En evenmin had en heeft het stadsdeel op
wisselingen in de samenstelling van onroerend goed organisaties invloed.
In januari 2008 zijn de bouwvergunningen verstrekt voor de pand aan de 2e Jan van de
Heijdenstraat 87 en 95 conform de bepalingen in de erfpachtovereenkomst.
Opmerking Bremer 14:
Conform de inschrijvingsvoorwaarden had Weijnen Vastgoed BV (e.a) reeds op 13 februari 2004 een bouwaanvraag moeten indienen.

Het pand nummer 87 is vervolgens gesplitst. Voor het pand nummer 95 geldt dat ook hiervoor in
januari 2008 een bouwvergunning is verstrekt. Echter het gestarte risicodelingsonderzoek
geeft al aan dat dit pand nog niet gesplitst is. Dit betekent dat een mogelijke
risicodelingsgregeling voor dit pand nog niet opportuun is.
Zoals eerder gezegd, was de woning in de Quellijnstraat 138 II ook in bezit gekomen van
het stadsdeel in het kader van de stadsvernieuwing. Bestuurlijk werd ook hier het besluit
om het pand te slopen ingetrokken. Daarna werd besloten de woning te verkopen. Eerst
aan de toenmalige bewoner van de 2e verdieping en daarna aan de bewoonster van de
begane grond. Omdat deze het aanbod hadden afgewezen heeft het dagelijks bestuur
toen op 1 april 2005 besloten de woningen door middel van een tender te verkopen. Het
enige selectiecriterium was de hoogte van de bieding. Drie geïnteresseerden werden
aangeschreven op de woning te bieden.
Ook hier was de overweging te voorkomen, dat er aan niet-gewenste handelaren in onroerend goed zou worden verkocht, zoals u ook in de bovengenoemde brief geschreven is. Ook gedurende deze inschrijving maakte een particuliere investeerder duidelijk geen belangstelling te hebben voor de woning, vanwege
de vraagprijs in relatie tot benodigde investering.
Opmerking Bremer 15:
De aangeschreven geïnteresseerden kenden elkaar en twee van hen hadden zelfs gezamenlijk een BV.  Door de woning op een zodanige wijze aan te bieden was een extreem lage opbrengst wederom gegarandeerd.
Hoewel de woning Quellijnstraat 138-2 al leeg was heeft het stadsdeel de woning door het OGA laten taxeren als verhuurd.  De minimale verkoopprijs was door het OGA getaxeerd op 60.000 Euro en “toevallig” bood 1 van de 3 leden van het uitverkoren clubje huizenhandelaren ook precies 60.000 Euro.
Een tijdig ingediend bod van de bewoonster van de begane grond mevrouw Visser werd overigens ten onrechte niet meegenomen.

Op 6 juni 2005 heeft het dagelijks
bestuur besloten het appartement aan de hoogste bieder te verkopen. Maar ook al had
het stadsdeel een marktconforme prijs bereikt; hierna gingen de prijzen van
appartementen vervolgens voor nog weer veel hogere prijzen van de hand.
Het stadsdeel wilde ook het Rijksmonument Amstelveenseweg 115 in 2002 verkopen, na
het leegkomen van de begane grond en na toetsing aan de Beleidsnota Vastgoedbeheer.
In deze Nota had de stadsdeelraad de criteria geformuleerd voor het afstoten van
vastgoed in bezit van het stadsdeel. De eerste verdieping werd al als woning verhuurd.
Het dagelijks bestuur stelde een tender vast, waarbij de hoogste opbrengst de enige
selectiefactor was en zeven partijen werden geselecteerd. Op basis waarvan de selectie
van deze zeven partijen heeft plaatsgevonden, is niet meer te achterhalen. OGA
adviseerde over de marktconforme verkoopprijs en uiteindelijk heeft het dagelijks bestuur
op 4 juli 2005 besloten de hoogste bieder het object in erfpacht aan te bieden. Het
winnende bod kwam van een van de zeven geselecteerde partijen, die bood in opdracht
van een andere partij. De gehele procedure is vastgelegd bij een notaris en door deze ook
bijgestaan.
Het stadsdeel vond en vindt dat het exploiteren van woningen geen taak is voor de lokale
overheid. Bij uitzondering historische situaties daargelaten, worden woningen in principe
niet geëxploiteerd. Bovenstaande betekent dat verkoopprocedures voor panden, in het
bezit van het stadsdeel, door het dagelijks bestuur werden vastgesteld. Per geval werd
bezien wat de beste selectie- en verkoopprocedure was. In zijn algemeenheid is een
verkoop- en selectieproces natuurlijk altijd een zoektocht waarbinnen verschillende
inhoudelijke, strategische en procedurele keuzes worden gemaakt. Door middel van
criteria tracht het stadsdeel daarbij bepaalde beleidsdoelstellingen te realiseren. Bij de
selectie van partijen werd voor de panden in de 2e Jan van der Heijdenstraat 87 en 95
vooral gelet op prijs, kwaliteit en snelheid (dringend onderhoud nodig).
Opmerking Bremer 16:
Als dit de criteria waren is duidelijke dat het stadsdeel niet over mensen beschikte om deze criteria te realiseren.
Doordat de OGA niet werd verteld dat het stadsdeel de bewoners uit de panden zou zetten voordat de panden zouden worden verkocht was de afgegeven minimale  verkoopprijs veel te laag.
Doordat de bieders elkaar waarschijnlijk kenden was het hoogste bod van de twee veel te laag.
Doordat er niet werd gehandhaafd op het naleven van de voorwaarden om de panden te leveren, heeft de koper nooit bouwactiviteiten verricht of een bouwvergunning aangevraagd.
Uiteindelijk is er 4 jaar te laat een bouwvergunning aangevraagd en hebben de panden jarenlang gedeeltelijk leeggestaan.
Het stadsdeel heeft minimaal gepresteerd op maximale verkoopprijs (1.500.000 Euro te laag) en snelheid (4 jaar te laat) van de renovatie.
De kwaliteit is volgens de huidige bewoners van de luxe appartementen niet echt hoog. Het verloop van de woning is hoog en er staat er altijd wel 1 of meer te koop.

Dit speelde in iets mindere mate bij de Quellijnstraat 138 II. Bij de Amstelveenseweg was het belangrijkste
criterium de hoogste opbrengst.
Voor de uitgiften in erfpacht werden de adviezen en taxaties van OGA over de te hanteren
marktconforme verkoopprijzen ingewonnen en gehanteerd. Er werd per geval dus
maatwerk geleverd ten aanzien van de verkoopprocedure. Verkoop van de panden en
woningen was immers het uitgangspunt, aangezien woningen exploiteren geen taak is
van het stadsdeel.
Wij gaan er, gelet op het vorenstaande, vanuit dat het dagelijks bestuur zowel in het
verleden als nu de raad van Stadsdeel Zuid volledig en correct heeft geïnformeerd. In
onderstaande zullen wij ingaan op de concreet door u gestelde vragen.
Beantwoording vraag 1.
Ten aanzien van uw eerste vraag over te verkopen onroerend goed. De rol van de lokale
overheid in de stadsvernieuwing is ingrijpend veranderd. Aankoopbeleid in het kader van
de stadsvernieuwing wordt niet meer gevoerd. Tijdelijk beheer van woningen in het kader
van stadsvernieuwing evenmin. Daarnaast bezit het stadsdeel als lokale overheid
voornamelijk maatschappelijk vastgoed en nog een enkele woning. Indien het stadsdeel
voornemens is vastgoed te verkopen, dan laat het stadsdeel de waarde van een te
verkopen object altijd taxeren. Ofwel door een externe makelaar, ofwel door een makelaar
van het Ontwikkelingsbedrijf Gemeente Amsterdam (OGA). Het stadsdeel hanteert hierbij
de kaders van de Nota ‘Selectie van marktpartijen bij gronduitgifte 2012, Van maximaal
naar optimaal’ van het College van B&W van juli 2012. Tevens wordt bij verkoop van
vastgoed de Beleidsnota Vastgoed Zuid 2011-2015 uitgevoerd. Tevens is het de praktijk
om panden zo openbaar en transparant mogelijk te verkopen, tenzij er dringende redenen
zijn om hier van af te wijken. Maar welke verkoopprocedure gevolgd wordt, wordt per
object door het dagelijks bestuur vastgesteld.
Het is duidelijk dat de onroerend goedprijzen vanwege de financiële crisis nu lager liggen
dan in de eerste jaren van 2000, en dat als het stadsdeel nu een object zou verkopen,
deze vervolgens in waarde zou kunnen dalen. Dit is nu eenmaal de tendens in de huidige
markt in tegenstelling tot de vastgoedmarkt tot ongeveer 2008.
Opmerking Bremer 17:
Het stadsdeel zou panden zo transparant mogelijk moeten verkopen.
Enkele huizenhandelaren die de ambtenaren ook wat gunnen uitnodigen om te bieden op panden is zoals uit het verleden blijkt voor de belastingbetalers niet de beste manier.
De huizenveiling of openbare verkoop via een goede makelaar is veel transparanter en zal een veel beter koper en prijs opleveren dan een ambtenaar een huizenhandelaar te laten selecteren.

Beantwoording vraag 2.
Wij zijn van mening dat het dagelijks bestuur de stadsdeelraad in zowel het verleden als
tot op heden correct heeft geïnformeerd. Zowel in het algemeen, alswel in het kader van
dit dossier.
Opmerking Bremer 18: Zo.

Beantwoording vraag 3.
Ten aanzien van de afhandeling van uw raadsadres van 31 mei 2010 heeft de
stadsdeelraad besloten de afhandeling daarvan door het dagelijks bestuur te laten
plaatsvinden. Op 1 augustus 2011 heeft de commissiegriffier van Stadsdeel Zuid u dan
ook een brief gestuurd, waarin is gemeld dat uw raadsadres van 31 mei 2010, door
middel van de brief van het dagelijks bestuur, die aan u verzonden is op 4 februari 2011,
uitgebreid beantwoord is.
Opmerking Bremer 19:
De brief van 4 februari 2011 had geen enkel verband met het raadsadres van 31 mei 2010 en uit de brief blijkt ook niet dat de brief opgevat moest worden als een afhandeling van het raadsadres.
Het raadsadres van 31 mei 2010 is derhalve nog niet afgehandeld.

Beantwoording vraag 4.
Ten aanzien van uw 4e vraag van uw raadsadres van 17 september 2012 het volgende:
Gelet op de aan u bekend gemaakte WOB beschikking d.d. 19-06-2012 en de daarover
aanhangige bezwaarprocedure, waarbij de Adviescommissie Bezwaarschriften een
advies over de door u aangevoerde bezwaren zal geven die o.a. zien op openbaarmaking
van bedoelde interne notitie van 06-01-2003, zal het raadsadres op dit punt niet
beantwoord worden.
Tot slot wordt opgemerkt dat het stadsdeel al uw vragen met betrekking tot dit dossier
uitvoerig heeft onderzocht. Wij kunnen dan ook niet anders dan u telkenmale dezelfde
antwoorden geven. Voor het stadsdeel is dit dossier dan ook gesloten. Mocht u over dit
onderwerp toch weer opnieuw dezelfde vragen indienen, dan gaan wij daar niet meer op
in.
Opmerking Bremer 20:
In het kader van transparant bestuur zou de notitie van 6 jan 2003 wel openbaar gemaakt moeten worden.
In deze notitie staat waarschijnlijk dat een bepaalde ambtenaar voorstelt om alle afspraken met de eigenaren niet worden nagekomen en er alles aan zal worden gedaan om te bewerkstelligen dat zij hun panden op hoog niveau moeten renoveren en de bewoners in de panden moeten kunnen blijven wonen.
Tegelijkertijd zal het stadsdeel haar panden willen laten verbouwen tot luxe appartementen.
Waarschijnlijk staat er in de notitie dat de panden van de particuliere eigenaren 2eJvdH89+91+93 zodanig worden aangeschreven dat de bewoners niet hoeven worden uitgeplaatst. De panden van het stadsdeel zouden door het stadsdeel zodanig worden aangeschreven dat de bewoners er definitief uit zouden moeten en niet konden terugkeren.
Door deze aanpak werden de panden van het stadsdeel aanzienlijk meer waard en werden de panden van de particuliere eigenaren in feite waardeloos.
De particuliere eigenaren moesten per pand circa 400.000 Euro investeren, terwijl het onmogelijk was om de huur te verhogen.
Ik ben van mening dat het document van 6 jan 2003 in de stadsdeelraad besproken zou moeten worden om een juiste conclusie te kunnen trekken uit de verkoop van de panden van het stadsdeel aan een clubje huizenhandelaren die door enkele ambtenaren extreem zijn bevoordeeld ten nadele van de burgers van het stadsdeel.

Met vriendelijke groet,
Raadsvoorzitter                     Raadsgriffier
Femke Roos                         Josine Spier
Niet ondertekend (gescande versie)

120917 Raadsadres verkoop panden door stadsdeel

Op 17 september is onderstaand raadsadres naar de raadsleden van stadsdeel Amsterdam zuid gestuurd. Voor een goed afdrukbare pdf-file kunt u hier klikken.

Betreft: RAADSADRES Verkoop panden door stadsdeel
Op 31 mei 2010 stuurde ik u een raadsadres (zie RA100531).
Het raadsadres is nog steeds niet beantwoord.
Ik verzoek u mij te laten informeren over de voortgang van de beantwoording en de behandeling van het raadsadres in de stadsdeelraad.

Sinds 2004 zijn de raadsleden minimaal 4 keer door het Dagelijks Bestuur onjuist geinformeerd over het voormalige stadsvernieuwingsproject 2eJvdHeijdenstraat 85-95 en de  verkoop van een viertal panden door het stadsdeel.

In het kader van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) heb ik aan het Dagelijks Bestuur vragen gesteld over de verkoop van de 4 panden aan huizenhandelaren (zie 120306 en 120423).
Het door het stadsdeel beschikbaar gestelde dossier bevat veel interessante informatie.
Ik heb bezwaar gemaakt tegen het niet willen verstrekken van de meest bijzondere documenten (zie 120731) en aanvullende WOB-vragen gesteld (zie 120907 en 120910).
Het bezwaarschrift wordt op vrijdag 21 september om 11 uur behandeld door de adviescommissie Bezwaarschriften op locatie Burgerweeshuispad 301 zaal 0.16.
Op vrijdag 14 september vernam ik dat alleen het bezwaarschrift en het verweerschrift (zie 120911) ter inzage waren gelegd. Na overleg met mij heeft de afdeling Bezwaarschriften toegezegd dat het volledige dossier aan de bezwaarschriftencommissie wordt verstrekt en dat het volledige WOB-dossier vanaf maandag 17 september voor iedereen ter inzage ligt op de stadsdeelkantoren.

Uit het WOB-dossier dat nu ter inzage ligt blijkt o.a. het volgende:
1. Alle 4 panden zijn door het stadsdeel verkocht voor minder dan 30% van de marktwaarde.
2. Sinds 2004 zijn de raadsleden minimaal 4 keer door het DB onjuist geinformeerd.

Eerst zal ik ingaan op de verkoop van de panden en daarna zal ik aangeven op welke punten het Dagelijks Bestuur de stadsdeelraad en de burgers onjuist heeft geinformeerd.

Verkoop Amstelveenseweg 115:
Op 21 mei 2003 verstuurde het stadsdeel aan 7 uitverkoren geïnteresseerden een uitnodiging om het pand Amstelveenseweg 115 op 2 juni 2003 tussen 14.00-16.00uur te bekijken.
Nadat de 7 uitverkorenen elkaar op 2 juni 2003 hadden ontmoet, werden zij uitgenodigd om een bieding te doen. Vanaf 9 mei 2003 was bij het stadsdeel, een notariskantoor en wellicht anderen bekend dat het bodembedrag 190.000 Euro bedroeg.
Uiteindelijk werd het pand Amstelveenseweg 115 gegund voor 215.000 Euro aan dhr E.H.A Weijnen, terwijl deze niet behoorde tot de 7 kandidaat erfpachters die op 2 juni 2003 waren uitgenodigd en op 9 mei 2003 aan de notaris bekend waren gemaakt. (zie WOB-dossier)

Verkoop 2eJvdHeijdenstraat 87 en 95:
In 2003 sprak het stadsdeel met 3 uitverkoren huizenhandelaren over de verkoop van de panden. Door een gebrek aan duidelijke communicatie viel er 1 uitverkoren huizenhandelaar af. De twee resterende uitverkoren huizenhandelaren bezochten alle bewoners van de panden en hadden beiden contact met de eigenaren van de panden 2eJvdH89, 91 en 93.
Op grond van schriftelijke vragen van de partij VOZ (zie 40921) bleek dat er meer dan 2  geïnteresseerden waren en dat er door een onafhankelijke bieder een veel hoger bod was gedaan dat door het stadsdeel niet was meegenomen.
De 2 uitverkoren huizenhandelaren hadden in 2003 veelvuldig contact met ambtenaar W.Kuiper. Op 17 december 2003 werden zij door hem zeer aantrekkelijke verkoopcondities toegezegd en hielp hij hen door OGA (Ontwikelings Bedrijf Amsterdam) een zeer lage bodemadviesprijs af te geven. Uit het WOB-dossier blijkt dat het OGA dit advies had gebaseerd op een brief van dhr W.Kuiper waarin het hoogste bod van 290.000 Euro was vermeld.
Uit het hele dossier blijkt dat voormalig stadsdeelmedewerker W.Kuiper er alles aan heeft gedaan om er voor te zorgen dat de panden tegen een zo laag mogelijke prijs door het stadsdeel konden worden verkocht.
De 2 uitverkoren huizenhandelaren hoefden weinig moeite te doen om er achter te komen dat zij met zijn tweeën uitverkoren waren om de panden te mogen kopen.
Aangezien de 2 huizenhandelaren in december 2003 de panden graag onder de zeer gunstige condities van het stadsdeel wilden kopen, besloot het stadsdeel (dhr W.Kuiper) om hen beiden een bod uit te laten brengen. Uiteindelijk deed dhr E.H.A. Weijen (handelend namens meerdere BV’s) met 375.000 Euro voor de afkoop van de erfpacht het meest. Voor de panden zelf hoefde dhr Weijnen (zijn BV’s) niets te betalen. Iedereen die het WOB-dossier doorneemt zal kunnen verklaren waarom de panden uiteindelijk zo weinig hebben opgebracht.

Inschrijvingsvoorwaarden
Volgens de inschrijvingsvoorwaarden verplichte de aangewezen inschrijver zich om binnen 4 weken na datum bestuurlijke gunning een aanvraag bouwvergunning in te dienen en binnen 4 weken na afgifte van de bouwvergunning met het funderingsherstel aan te vangen.
Uit het dossier blijkt niet dat er door dhr Weijnen (en/of zijn BV’s) tijdig een bouwvergunning voor de panden 2eJvdH87+95 is aangevraagd.
Nadat het stadsdeel de panden leeg kon leveren heeft dhr Weijnen handelend namens Weijnen Vastgoed BV en als schriftelijk gevolmachtigde van Magnum Plus BV, Zonnebloem Vastgoed BV en A. de Jong en ZN BV op 17 oktober 2005 (zie 51017) de panden vrij van huur verworven voor 375.000 Euro (zijnde de 50 jarige afkoop van de erfpacht).
Uit het WOB-dossier blijkt niet dat er na 17 oktober 2005 door dhr Weijnen (of zijn BV’s) een bouwaanvraag is ingediend.
Op donderdag 13 september 2012 had ik een gesprek met dhr Rob van den Brink van het stadsdeel over mijn WOB-vragen van 7 september. Dhr van den Brink had gezocht of er door of namens dhr Weijnen een bouwaanvraag is ingediend voor de panden 2eJvdH87+95 maar kon geen enkele bouwaanvraag namens dhr Weijnen (en/of zijn BV’s) vinden.
Dhr Brink kon ook geen documenten in het dossier van het stadsdeel vinden op grond waarvan de bewoners van 2eJvdH87+95 zijn uitgeplaatst.
Nadat de panden 2eJvdH87+95 leeg waren heeft dhr Weijnen (handelend namens meerdere BV’s) deze panden binnen 6 maanden doorverkocht aan een projectontwikkelaar voor een bedrag van 1.500.000 Euro, zonder ook maar iets aan de panden te hebben gedaan.
Vanaf het moment dat de panden aan dhr Weijnen waren gegund heeft dhr W.Kuiper namens het stadsdeel er alles aangedaan om de panden leeg te krijgen en daarna heeft dhr Weijnen en zijn BV’s de 1.500.000 Euro winst gepakt.

Verkoop Quellijnstraat 138-2:
Nadat dhr Weijnen de panden Amstelveenseweg 115, en 2eJan van der Heijdenstraat 87 + 95 had verworven had het stadsdeel nog een pandje in de aanbieding. Het appartement Quellijnstraat 138-2 dat ooit door het stadsdeel was gekocht om 15 panden in de Pijp te kunnen slopen. Lies Visser die woonde op Quellijnstraat 138-H had de sloop met juridische procedures weten te voorkomen.
De twee heren die op de panden in de 2eJvdH87+95 mochten bieden waren wederom
uitverkoren om op het lege appartement te mogen bieden.
Om de prijs te drukken werd aan het OGA gemeld dat het appartement was verhuurd voor een lage prijs, maar het appartement was reeds leeg.
Omdat 2 bieders bij een zogenaamd openbare inschrijving weinig is, werd ook nog een derde partij in de gelegenheid gesteld om te bieden op het lege appartement.
De minimale prijs was reeds veel eerder bekend en natuurlijk door de ambtenaren van het stadsdeel goed geheim gehouden. De heer Deenink (via Bas Boterbloem BV mede eigenaar van Deenink Weijnen Vastgoed BV) deed als “onafhankelijk partij” het hoogste bod dat toevallig op de cent overeenkwam met de minimale verkoopprijs van het OGA.
Mevrouw Visser was jaren eerder aangeboden om het appartement te mogen kopen voor 20.000 Euro, omdat zij sinds het stadsdeel eigenaar was van Quellijnstraat 138-2 namens de VVE Quellijnstraat 138 alle kosten voor een casco-renovatie, verzekering en watergeld had betaald. Op 11 juni 2005 deed mevrouw Visser uit eigeninitiatief een hoger bod dan dhr Deenink. Desondanks werd het appartement op 8 december 2005 door het stadsdeel aan dhr Deenink verkocht voor 60.000 Euro.
Binnen een jaar werd het pand Quellijnstraat 138 (H, 1, 2 en 3 hoog) verkocht aan een projectontwikkelaar voor 750.000 Euro.

Samengevat verkoopresultaat:
Dhr Weijnen en zijn compagnon Deenink hebben op de panden van het stadsdeel een aantoonbare winst gemaakt van minimaal 1.600.000 Euro door de panden binnen 6 maanden te verkopen zonder iets aan de panden te hebben gedaan.

Onjuiste informatievoorziening Dagelijks Bestuur:
Hoewel ik als raadslid en direct betrokkene door het DB over de onderhavige panden tijdens commissie- en raadsvergaderingen en via raadsdocumenten meerdere keren onjuist ben geinformeerd door de verantwoordelijke portefeuillehouders Jaensch en de Vries zal ik mijn constateringen van onjuiste informatievoorziening summier houden door dit te beperken tot het antwoord op schriftelijke vragen van de raadsleden.
Het is een taak van raadsleden om kritisch te zijn op de informatie die zij krijgen.
Op grond van het mij beschikbaar gestelde WOB-dossier dat tot 21 september voor iedereen ter inzage ligt op de stadsdeelkantoren blijkt dat de raadsleden op grond van de volgende documenten door het Dagelijks Bestuur zijn misleid of onjuist zijn geinformeerd.

A. Onjuiste antwoorden van 21 september 2004 op schriftelijke vragen VOZ (zie 40921).
Naar aanleiding van vraag 1 schreef het DB: “’…. Van biedingen van andere partijen was dan ook geen sprake”.
Onjuiste info 1: Het stadsdeel kreeg voor de gunning van 1 partij een veel hoger bod dan het bedrag waarvoor het stadsdeel de panden 2eJvdH87+95 in erfpacht heeft uitgegeven.
Naar aanleiding van vraag 2 schreef het DB: “De toekomstig erfpachter verplicht zich tot het voor eigen rekening realiseren van een vernieuwbouwplan voor beide percelen inclusief funderingsherstel. Op basis van marktconforme verkoopprijzen heeft het OGA een minimale marktconforme prijs bepaald.”
Onjuiste info 2: Van verplichting om de panden te vernieuwbouwen was geen sprake want de toenmalige toekomstige erfpachter deed niets met de panden en vroeg zelfs geen bouwvergunning aan binnen de termijn die daar voor stond. Het enige dat de koper deed was de panden door verkopen met een zeer aanzienlijke winst.
Onjuiste info 3: Er was geen sprake van een marktconforme prijs, want de panden werden binnen 6 maanden doorverkocht met een winst van 400% zonder dat er iets met de panden was gedaan. Bovendien was er door een bieder die de panden niet kreeg toegewezen een bod gedaan dat meer dan twee keer zo hoog was.
Naar aanleiding van vraag 4 schreef het DB: “Het OGA c.q. de gemeente is een risicoregeling met de erfpachter overeengekomen inhoudende dat de gemeente in een eventueel te behalen winst door de erfpachter bij verkoop van de te realiseren koopappartementsrechten.”
Onjuiste info 4:  Op grond van de verstrekte informatie bedroeg de winst 1.500.000 Euro die als volgt is verdeeld: stadsdeel 0,00 Euro en dhr Weijnen (met diverse BV’s) 1.500.000 Euro.

B.Onjuiste informatie naar aanleiding van antwoorden op raadsadres van 10 september 2008
Op 20 september 2007 stuurde ik een raadsadres dat op 9 september 2008 is besproken in de Raadscommissie Ruimte en wonen. In mijn toespraak aan de raad heb ik aangegeven dat het concept antwoord (zie 80910) diverse onjuistheden bevatte. De volgende dag ondertekenden de stadsdeelsecretaris en wethouder Egbert de Vries het ongewijzigde antwoord op mijn raadsadres.
Onjuiste info 5: Op vraag 3 antwoordde het Dagelijks Bestuur dat bij de verkoop van de panden 2eJvdH87+95 en het pand Quellijnstraat 138-2 niet dezelfde partijen waren.
Dat is onjuist bij de verkoop waren bij beide inschrijving de heren Boeren en Weijnen betrokken. Bij de inschrijving van Quellijnstraat 138-2 mocht ook dhr Deenink mee doen.
Dhr Deenink is een zakenpartner van dhr Weijnen en zij zijn gezamenlijk en afzonderlijk met hun vele BV’s gevestigd op hetzelfde adres. Op het adres is onder andere gevestigd Deenink Weijnen Vastgoed BV.  Gezien de zakelijke belangen waren de heren Weijnen en Deenink zodanig met elkaar verbonden dat er geen sprake was van afzonderlijke partijen.

Bovenstaande opsomming van het verstrekken van onjuiste informatie aan de raadsleden door het Dagelijks Bestuur is slechts een selectie op grond van het WOB-dossier.
Uit het WOB-dossier blijkt dat het stadsdeel de panden 2eJvdH87+95 anders heeft behandeld dan de panden van de particuliere eigenaren van de stadsvernieuwingslokatie 2eJvdH85t/m95.
De bewoners van de stadsdeelpanden 2eJvdH87+95 werden gedwongen uitgeplaatst, omdat de koper het recht had gekregen om de panden te splitsen en te verkopen als appartementen.
Volgens een document van 11 oktober 2005 kreeg Sandstenen Projecten BV toestemming om de panden te splitsen zonder vergunning voordat er een bouwaanvraag was ingediend en voordat er iets aan de panden was gedaan.
Volgens een document van 30 maart 2006 stemde het stadsdeel in met de verkoop van de panden 2eJvdH87+95 voordat er een verbouwing had plaatsgevonden en mocht het bouwvolume aanzienlijk worden vergroot zonder dat de erfpacht werd verhoogd.
Het stadsdeel heeft afspraken met de andere eigenaren geschonden en heeft het hen onmogelijk gemaakt om de panden te kunnen renoveren.
Dit zou kunnen blijken uit de keuze notitie over de verkoop van de panden 2eJvdH87+95 van 6 januari 2003. Het stadsdeel besloot echter om dit document niet beschikbaar te stellen, omdat er persoonlijke beleidsopvattingen in zouden staan die herleid baar zijn tot personen.

Ik verzoek de stadsdeelraad om:
1.aan te geven wat de raad wil doen om te voorkomen dat het Stadsdeel nog meer gemeenschapsgeld verspilt door onroerend goed te verkopen voor een veel te lage prijs.
2.aan te geven wat het standpunt is van de raad over het verstrekken van onjuiste informatie door het Dagelijks Bestuur aan de raad in het kader van dit dossier en in het algemeen.
3.mijn raadsadres van 31 mei 2010 te beantwoorden en in de commissie te behandelen.
4.het DB te moveren om de interne notitie van 6 januari 2003 openbaar te maken.

Hoogachtend,
Drs Ing. Hans Bremer

120516: Bijlagen dubieuze opdrachtverlening Ron de Waal sloopwerk 2eJvdHeijdenstraat 87+89+91

120516 B>Hylkema Begeleidende email + overzicht dossier d.d. 120515
120515 Overzicht dossier bijlage email Officier van Justitie Hylkema
120514 B>Hylkema  4 motieven
120404  Antwoorden op Wob-Vragen
120223W WOB-vragen Bremer over opdracht sloopwerkzaamheden
120223H B> Officier van Justitie Hylkema
120221 B>RvS aanvulling gronden procedure 201200863: “sloopkosten”
120220 B>Hylkema OM toelichting op aangifte
120219 Commentaar op verhoring onder ede Ron de waal op 16 oktober 2008
120215 Toelichting huidige procedures
120110 Aanvulling bezwaarschrift zuiver schadebesluit slopen voorgevel
111025 Ron de Waal Stadsdeel zuid nog steeds verdachte in asbestfraude zaak
100527A Aangifte 201131348 Bremer: Meineed de Waal
100527B B>Politie Brief met bijlagen voor aangifte
100309 Verzoek om terugbetaling kosten spoedeisende bestuursdwang
100308 Kennisgeving nieuwe beslis op bezwaar dd 23 februari spoedeisende bestuursdwang
91228 Bremer verzoekt stadsdeel 45051,79 Euro sloopkosten terug te betalen
91223 Uitspraak RvS : vernietiging besluit 70605
81021 Email met recherche over verklaring Boeren
81016 Procesverbaal met verhoor onder ede Ron de Waal
80930 Stadsdeel stuurt verklaring van Boeren naar de rechtbank
80904 Verklaring Boeren >>> kan niet kloppen
80709 RB procesverbaal zitting 80709: Bremer gaf geen opdracht en wilde alles zelf doen
80708b S>B Bremer heeft geen opdracht verstrekt voor werkzaamheden
80708a S>B Briefje accoordverklaring Boeren was geregistreerd bij inspecteur Ron de Waal
71107 Verslag Krantz & Polak van bevindingen na de brand
70831 Dwangbevel tot betaling kosten spoedeisende bestuursdwang 45.051,79 Euro
70605 Besluit om besluit van 50414 te handhaven en achteraf op schrift te stellen
70421 Parool: verdachte in asbestfraude zaak Ron de Waal
50606 Eigenaar Boeren van 2eJvdH91 mocht met bekenden bieden op pandje stadsdeel
50414 S>B Bremer moet kosten betalen voor de op 8 maart gegunde  werkzaamheden
50324V Verslag Ron de Waal van brand 8 maart 2005 (datum van publicatie onbekend):
50323G Geluidsopname deel telefoongesprek Ron de Waal – Hans Bremer
50323T Telefoongesprek Bremer + de Waal : Hoe bedoel je gesplitst worden?
50320 Scheefstand panden 2eJvdH85-95 in 1994 + 2000 + 2005
50316 Telefoongesprekken Bremer + Boeren
50312 Telefoongesprekken 8 maart 2005 Bremer
50310 Briefje van Boeren dat drie jaar was “gearchiveerd”  bij Ron de Waal
50309 B: Transcriptie Bremer wil helpen met uitplaatsing en wacht op telefoontje Paap
50308 B: nota Platen Bon werkzaamheden verricht door Bremer op verzoek Ron de Waal

120303: Weerlegging stelling Nomden over ambtenaar Ed Molekamp

Dhr Nomden schreef in het verweerschrift:
3.2.19. Volledigheidshalve merkt het DB in dit verband op dat de insinuatie van de heer Bremer dat een ambtenaar bewust het adres heeft afgevoerd om te voorkomen
dat de heer Bremer zijn huurder kon uitzetten (pagina 12 van het bezwaarschrift)
volstrekt onjuist is en bovendien niet is onderbouwd. Nog afgezien van het feit dat
de adresbeschikking van 18 oktober 1999 geen invloed had op de mogelijkheid
om Wildevuur uit te zetten, betwist het DB uitdrukkelijk dat een ambtenaar zich in
die zin zou hebben uitgelaten of deze intentie zou hebben gehad.

Opm55a Bremer:
De door ambtenaar Ed Molekamp opgestelde adresbeschikking van 18 oktober 1999 heeft geen rechtsgevolg en had alleen betrekking op de nietszeggende verandering van de bestemming van 2eJvdH89-H. De bestemming veranderde op niet verklaarbare wijze van bedrijf in “bedrijf + woning”.
De adresbeschikking had geen effect op de positie van de illegale bewoner van de zelfstandige woning 2eJvdH89-1, maar het afvoeren van de woning 2eJvdH89-1 uit het woningbestand des te meer.  De woning werd afgevoerd met document 991015, dat ik nooit van het stadsdeel heb ontvangen.
Volgens document 991015 zou 2eJvdH89-H ontstaan zijn door samenvoeging van
O (onderhuis) en 1-hoog. Hierdoor verdween 2eJvdH89-1 uit het woningbestand.
De brief van 990915 om een zienswijze te geven over de bestemmingswijziging heb ik  niet ontvangen. Direct nadat ik de adresbeschikking ontving heb ik behandelend ambtenaar Ed Molekamp gebeld, met de vraag waarom ik een adresbeschikking kreeg waarop stond dat er in de bedrijfsruimte mocht worden gewoond.
Volgens Ed Molekamp had ik eerder moeten reageren om een zienswijze te kunnen geven. Ik ontving op 20 oktober 1999 alsnog de zienswijze brief (zie 990915).
Illegale bewoning:
Op 13 oktober schreef dhr de Wild Propitius zich uit van de woning 2eJvdH89-1.
De woning werd echter bewoond door W.Wildevuur die de woning in 1990 in onderhuur nam van de huurder en gebruiker van de bedrijfsruimte. (zie 901001).
Op 14 oktober 1999 stond er niemand meer op de woning ingeschreven en mocht de woning niet meer worden verhuurd in verband met de vernieuwbouw.
Als het pand niet gerenoveerd had hoeven worden kon de woning 2eJvdH89-1 worden verhuurd aan een meerpersoonshuishouden (de woning was grote dan 60m2) met een inkomen onder modaal. Aangezien Wildevuur een 1-persoons huishouden voerde en een inkomen had ver boven modaal voldeed hij niet aan de eisen van de SWD om de woning 2eJvdH89-1 te mogen bewonen.
Bovendien stond dhr Wildevuur ingeschreven op het adres van de bedrijfsruimte 2eJvdH89-H waar ook zijn bedrijf European Perfusion Service stond ingeschreven. (950330). Wildevuur was zelfs stadsvernieuwingsurgent en zou een verhuiskostenvergoeding krijgen van het stadsdeel als hij zou gaan verhuizen vanuit de bedrijfsruimte 2eJvdH89-H. (zie 990730).
Als het stadsdeel niet in het geniep het adres van de zelfstandige woning
2eJvdH89-1 had laten verwijderen uit woningbestand had de SWD eind oktober 1999 een meldingsformulier (zie 991032?) gestuurd waarop ik kon aangeven dat de woning 2eJvdH89-1 leeg was gekomen en dat ik de woning zou gaan renoveren volgens het vernieuwbouwplan op grond waarvan alle bewoners van het pand stadsvernieuwingsurgent waren.
Actie stadsdeel:
Doordat het stadsdeel de zelfstandige woning 2eJvdH89-1 had laten verwijderen uit het woningbestand kon de SWD geen controle meer doen naar de illegale bewoning van 2eJvdH89-1. De woning 2eJvdH89-1 bestond namelijk officieel niet meer.
Op document 991015 was aangegeven dat er 2 verdiepingen zouden zijn samengevoegd. Dat is volstrekt onjuist, want er heeft tussen 1980 en oktober 1999 geen verbouwing plaatsgevonden.
Er is bovendien nimmer een samenvoegingsvergunning verstrekt.
Ik heb als eigenaar in oktober 1999 van het stadsdeel geen informatie gekregen dat de woning 2eJvdH89-1 zou worden afgevoerd en waarom.
Voor de onrechtmatige onderhuurder kwam het afvoeren van de zelfstandige woning uit het woningbestand zeer goed uit. De SWD kon namelijk niet meer handhaven op de onrechtmatige bewoning.
Ed Molekamp spreekt zijn mond voorbij:
In een telefoongesprek van 23 augustus 2001 klapt Ed Molekamp uit de school.
Op mijn reactie dat het stadsdeel beter helemaal geen tijd in de adresbeschikking en het afvoeren van het adres had kunnen stoppen reageert Ed Molekamp met:
183.Molekamp: Nee,Ja,Ja. Dan had jij lekker je bewoners er uit kunnen schoppen zeker. Ha, ha, ha. Ja.
Nee, Eh. Volgens mij klopt het en anders moet je maar weer een verzoek indienen schriftelijk. Dan gaan we er wel weer naar kijken.   
195.Bremer: Maar waarom zou ik de bewoners er uit willen schoppen?
Molekamp: Nou ja dat mag ik ziet zeggen misschien.  
Als ik bewoners over de vloer krijg die dat zeggen dan neem ik dat over. Het is misschien niet zo verstandig als ik dit zeg, maar ja.
Blijkbaar heeft dhr Ed Molekamp het adres bewust afgevoerd, zodat dhr Wildevuur niet door de SWD uit de zelfstandige woning kon worden gezet.
Ed Molekamp heeft dit gedaan nadat een bewoner bij hem was langsgekomen, die vreesde om uit zijn woning zou worden geschopt.
Ed Molekamp en zijn hoofd Redband Visser handelden ontzettend snel.
Op 13 oktober 1999 stond er niemand meer ingeschreven op 2eJvdH89-1.
Met het document van 991015 werd 2eJvdH89-1 verwijderd uit het woningbestand.
Op 991018 kreeg is een vreemde nietszeggende adresbeschikking waartegen ik bezwaar kon maken om mij zand in de ogen te strooien.
Het document 991015 heb ik nimmer van het stadsdeel ontvangen.

Aangezien Ed Molekamp en zijn chef Redband Visser nimmer hebben onderbouwd waarom de zelfstandige woning 2eJvdH89-1 is verwijderd uit het woningbestand kan op grond van het telefoongesprek met Ed Molekamp geconstateerd worden dat hij en zijn chef het adres 2eJvdH89-1 willens en wetens hebben afgevoerd om mij dwars te zitten bij de noodzakelijke renovatie van het pand en de onrechtmatige bewoner te helpen aan een riante “bedrijf + woonruimte”.
Hiermee is het geen insinuatie meer maar een niet te weerleggen stelling.
Verder verwijs ik naar de transcriptie (010823T) en de volledige geluidsopname van het gesprek met dhr Ed Molekamp (Gehele gesprek 10823).

120301: Weerlegging stelling Nomden over Hoofd Handhaving Redband Visser

Dhr Nomden schreef in het verweerschrift:
3.2.20. Daarnaast is hetgeen de heer Bremer stelt over de mogelijkheid om de
bedrijfsruimte af te splitsen van de bovenwoningen eveneens onjuist. Dit geldt in
het bijzonder ten aanzien van de weergave van de brieven van de afdelingen
Vergunningen en Handhaving. De werkelijke situatie was als volgt. De heer
Bremer heeft de afdeling Vergunningen onjuist geïnformeerd over de feitelijke
situatie ter plaatse, waardoor bij deze afdeling de indruk is gewekt dat er sprake
was van afzonderlijke verblijfsobjecten. Op basis van die informatie berichtte de
afdeling Vergunningen de heer Bremer dat hij geen splitsingsvergunning nodig
had. Naar aanleiding van een verzoek van de heer Bremer om aparte adressen
toe te kennen aan de begane grond en eerste verdieping, heeft de afdeling
Handhaving een inspectie laten uitvoeren. Daaruit bleek dat de heer Bremer ten
onrechte had gesteld dat er sprake was van twee afzonderlijke objecten die alleen
met een buitentrap met elkaar waren verbonden. De twee verdiepingen vormden
één object dat met een binnentrap was verbonden. Op basis van deze nieuwe
informatie heeft de afdeling Handhaving de heer Bremer bericht dat er geen
aanleiding was voor de toekenning van twee aparte adressen en dat de brief van
de afdeling Vergunningen niet op de situatie in het pand van toepassing was,
omdat de feitelijke situatie anders bleek te zijn dan de heer Bremer die afdeling
had voorgehouden. De afdeling Vergunningen heeft derhalve geen “toestemming”
gegeven voor afsplitsing van de bedrijfsruimte en de afdeling Handhaving heeft
die “toestemming” derhalve ook niet “ingetrokken”.

Opmerking 55b Bremer:
Dhr Nomden verdraait de feiten.
De indeling van het pand was vastgelegd in de tekeningen bij de bouwvergunning.
Uit de indeling van de onderste twee bouwlagen blijkt duidelijk dat dit twee afzonderlijke objecten betreft. (zie bouwtekening 000907).
Ook vanaf de straat was duidelijk te zien dat de bedrijfsruimte op de begane grond en de zelfstandige woning op de eerste verdieping een eigen toegangsdeur hadden (zie 990428).
Het stadsdeel beschikte over alle informatie om te kunnen beoordelen of de woning op de eerste verdieping een zelfstandig object was.
In 1980 bestond het pand uit vier objecten: 2eJvdH89-H, 1, 2, 3. Sindsdien was er geen bouwvergunning verstrekt op grond waarvan objecten samengevoegd mochten worden en dus bestond 2eJvH89 nog steeds uit 4 objecten.
In oktober 1999 was de zelfstandige woning 2eJvdH89-1 uit het woningbestand verwijderd op grond van het onjuist opgemaakt document 991015.
Op 70829 heeft de Raad van State geoordeeld dat de zelfstandige woning 2eJvdH89-1 net zoals op 980126 weer een apart adres moest hebben.
Toen de afdeling vergunningen op 20417 toestemming gaf om de bedrijfsruimte af te splitsen van de drie woningen, had het stadsdeel er weer voor moeten zorgen dat alle drie zelfstandige woningen weer een adres kregen.
De afdeling van dhr Ed Molekamp en Redband Visser zaten klem.
In oktober 1999 hadden ze zonder samenvoegingsvergunning en in strijd met de APV het adres van de zelfstandige woning laten verwijderen.
Nu moesten ze weer een apart adres toekennen omdat de afdeling vergunningen op grond van het feit dat de bedrijfsruimte op de begane grond sinds 1932 als bedrijfsruimte was gebruikt afgesplitst mocht worden van drie zelfstandige woningen.
Redband Visser heeft dit bereikt door mij valselijk te beschuldigen van het verstrekken van onjuiste informatie.
Volgens de door Ed Molekamp opgestelde brief zou ik tegen Radband Visser hebben gezegd dat er geen binnentrap aanwezig zou zijn tussen de begane grond en de zelfstandige woning op de eerste verdieping.
Volgens Redband Visser was de bedrijfsruimte en de woning op de eerste verdieping 1 object en daarom hoefde de woning geen adres te hebben.
Redband Visser heeft echter willens en wetens de APV niet gehanteerd.
De woning was zelfstandig, omdat het beschikte over een eigen toegangsdeur, een badgelegenheid en een kookgelegenheid.
Of er al dan niet een trap was tussen de bedrijfsruimte en de zelfstandige woning op de eerste verdieping was helemaal niet relevant voor het feit dat de onderste twee verdiepingen aparte objecten waren.
Redband Visser heeft de brief 20506 wel naar de notaris gestuurd, maar de afdeling vergunningen heeft het besluit op grond waarvan de bedrijfsruimte mocht worden afgesplitst van de 3 zelfstandige woning nooit in getrokken en wellicht zelfs nooit ontvangen.
Door mij valselijk te beschuldigen van leugens heeft Redband Visser op grond van zijn onjuiste weergave van een telefoongesprek de volkomen rechtvaardige afsplitsing van de bedrijfsruimte van de boven woningen weten te voorkomen.
Uit bijgevoegde transcriptie (20502T) en de geluidsopname (20502G) van het telefoongesprek dat ik op 2 mei 2002 voerde met Redband Visser blijkt dat ik in dat gesprek niets heb gezegd over een binnentrap.
Ik gaf een volkomen juiste weergave van de bouwkundige indeling die in overeenstemming was met de tekening bij de in 2000 verstrekte bouwvergunning.
Op 17 januari 2003 heeft Redband Visser aan wethouder Emile Jaensch moeten uitleggen waarom het adres was afgevoerd zonder bouw en of samenvoegingsvergunning.
In het gesprek op 17 januari 2003 met wethouder Emile Jaensch heb ik Redband Visser geconfronteerd met zijn leugens en heeft hij vrijwel uitsluitend gestotterd. Redband Visser heeft in 2003 nog afscheid genomen van Stadsdeel Oud Zuid.
Hoewel wethouder Emile Jaensch volgens eigen zeggen wist dat de ambtenaren het adres van de zelfstandige woning ten onrechte hadden afgevoerd heeft het stadsdeel tot augustus 2004 geweigerd om een voor beroep vatbaar besluit te nemen over het weer toekennen van een adres aan de woning op de eerste verdieping.
Pas in 2007 oordeelde de RvS dat de zelfstandige woning op de eerste verdieping per terugwerkende kracht het adres 2JvdH89-1 moest hebben.
Door het afvoeren van het adres werd de gelegenheid geboden aan meer dan 50 mensen om het pand 2eJvdH89 onrechtmatig te bewonen.
Op 8 maart 2005 ging het gekraakte pand in vlammen op.
De geleden schade is enorm.

100414: Stadsvernieuwingsurgentie bewoners 2eJvdH85-99

In het kader van het stadsvernieuwingsproject kwamen alle bewoners van de panden 2eJHvdH85t/m99 in aanmerking voor een uitplaatsingsvergoeding van 8000 gulden en werden de bewoners stadsvernieuwingsurgent zodra de eigenaar met een vernieuwbouwplan kwam op grond waarvan de bewoners om technisch noodzakelijke redenen het pand (tijdelijk) moesten verlaten.
Op 30 juli 1999 werden alle vier bewoners van het pand 2eJvdH89 stadsvernieuwingsurgent.
Drie van de vier bewoners maakten binnen een jaar naar alle tevredenheid gebruik van de uitplaatsingsbemiddeling door de Stedelijke Woningdienst.
In mei 1999 werd de huur van de bedrijfsruimte 2eJvdH89-H opgezegd.
De gebruiker van de bedrijfsruimte 2eJvdH89-H (EPS) had echter ook de zelfstandige woning 2eJvdH89-1 in gebruik, zonder de daarvoor vereiste woonvergunning. EPS weigerde te overleggen over de noodzakelijke uitplaatsing voor het funderingsherstel en horizontaal leggen van de extreem verzakte vloeren.

100411: Oktober 1999

Op 13 oktober 1999 schreef  de woninggerechtigde dhr de Wild Propitius zich uit van de woning 2eJvdH89-1  (zie 980126 en 991028).
Op dat moment had de stedelijke woningdienst volgens de toenmalige regels binnen een week contact moeten opnemen met de eigenaar om een nieuwe huurder voor de distributiewoning voor te dragen of een termijn aan te geven voor de renovatie. Door twee zeer bijzondere acties van het stadsdeel gebeurde dat niet.
1. Op 15 oktober 1999 werd een document opgesteld door ambtenaar Ed Molekamp waarop stond vermeld dat de onderste twee bouwlagen waren samengevoegd en er een verbouwing had plaats gevonden. (zie 991015)
2. Op 18 oktober 1999 werd door ambtenaar Ed Molekamp een adresbeschikking gemaakt waar tegen bezwaar kon worden gemaakt. (zie 991018)

100410: Document 15 oktober 1999 ‘samenvoeging’

Volgens het document van 15 oktober 1999 zouden de onderste twee bouwlagen zijn samengevoegd. Hiervoor is echter nimmer de benodigde vergunning verstrekt waar tegen Bremer en andere betrokkenen bezwaar en beroep hadden moeten kunnen aantekenen.
Het document van 15 oktober 1999 kreeg Bremer niet van het stadsdeel, maar kreeg hij pas veel later van bureau informatie management dat destijds de mutaties in het woningenbestand doorvoerde. (zie 991015)
Als Bremer destijds van het document van 15 oktober 1999 op de hoogte was, had hij de mogelijkheid gehad om bezwaar te maken tegen de onrechtmatige “samenvoeging” en de verwijdering van de distributiewoning 2eJvdH89-1 uit het woningenbestand.

100405: Stadsdeel trok geen conclusies uit uitspraak Raad van State 011205

Volgens de uitspraak van de Raad van State uit 2001 had aan de woningonttrekking van 2eJvdH89-1 en de samenvoeging van 2eJvdH89-H met 2eJvdH89-1 specifieke besluitvorming op grond van de Huisvestingswet vooraf dienen te gaan met de daarbij behorende mogelijkheden van bezwaar (en beroep). (zie 11205)
Het stadsdeel trok uit bovenstaande overweging van de Raad van State niet de conclusie dat het adres van de zelfstandige woning ten onrechte was verwijderd uit het woningenbestand.
Het stadsdeel bleef weigeren om het adres weer op te voeren en weigerde zelfs om daarover een voor beroep vatbaar besluit te nemen.
Het standpunt van het stadsdeel was zeer halsstarrig. Het stadsdeel concludeerde uit het feit dat de Raad van State de bezwaren tegen de adresbeschikking ongegrond verklaarde dat de indeling van het pand volgens de adresbeschikking ook juist was.
Het stadsdeel ging voorbij aan het feit dat de zelfstandige woning 2eJvdH89-1 reeds 3 dagen voor de adresbeschikking zonder kennisgeving en besluit was afgevoerd uit het woningenbestand (zie 991015).
Op pagina 2 van de adresbeschikking (zie 991018) staat  weliswaar dat 2eJvdH89 alleen nog maar bestaat uit (H+2+3), maar dat betekent natuurlijk niet dat de adressering van het pand daarmee juist was. Volgens de APV moet namelijk aan elk object een adres worden toegekend. En dus ook aan de zelfstandige woning op de eerste verdieping van 2eJvdH89.
Door de afkeer van het stadsdeel om fouten te herstellen duurde het nog bijna 6 jaar tot de Raad van State het stadsdeel op de vingers tikte voor de onrechtmatige verwijdering van het adres 2eJvdH89-1 uit het woningenbestand.