130402: Inleiding renovatie 2e Jan van der Heijdenstraat 89

Deze weblog gaat over de door stadsdeel oud zuid (sinds 1 mei 2010 zuid) aangeboden faciliteiten voor het renoveren van het pand 2e Jan van der Heijdenstraat 89. De weblog is een soort interactief boek.
Op alle artikelen kunt u reageren en u kunt vragen stellen aan de auteur van de artikelen.
Indien u wilt kunt u ook zelf artikelen plaatsen.
U kunt onderstaande inleiding lezen of direct doorklikken op onderstaande artikelen:

130114 Bespreking raadsadres in commissievergadering 16jan2013

120917 Raadsadres verkoop panden door stadsdeel
120808 Zitting Raad van State over kosten werkzaamheden na brand 8mrt2005
120517 Dubieuze Opdrachtverlening Ron de Waal na brand 8 maart 2005
120324 Hoorzitting 23 maart 2012 over schade claim afvoer onrechtmatig bewoonde woning
100531 Raadsadres 31 mei 2010
100428 Het wegadresseren van de illegaal bewoonde woning 2eJvdH89-1
80910 Beantwoording 10 september 2008 van raadsadres 20 september 2007
70629 Aangifte inzake verdachte vastgoedtransacties stadsdeel Oud Zuid

Inleiding project 2e Jan van der Heijdenstraat 89
In 1991 besloot de stadsdeelraad van de Pijp om de panden 2eJvdH85 t/m 99 te laten slopen, omdat het niet rendabel zou zijn om de panden te behouden. De acht particuliere eigenaren wilden hun woningen echter blijven bewonen of verhuren en probeerden de sloop van hun woningen tegen te houden.
Mede op initiatief van Hans Bremer werd in 1995 het sloopbesluit herzien en besloot de stadsdeelraad dat het stadsdeel moest overleggen met de eigenaren om de panden grondig te renoveren.
In 1998 presenteerde het stadsdeel een plan van aanpak om de woningen te renoveren.
In 1999 ontwikkelde bouwkundige Bremer een plan voor de renovatie van zijn pand 2eJvdH89.
Van 1998 tot 2004 hebben 6 achtereenvolgende projectleiders van het stadsdeel de particuliere eigenaren systematisch tegengewerkt om hun pand te kunnen renoveren. Het stadsdeel hielp een bewoner zonder woonvergunning in het pand van Bremer door een illegaal bewoonde woning uit het woningbestand te verwijderen zonder Bremer de mogelijkheid te geven om tegen deze onrechtmatige daad van het stadsdeel bezwaar te maken. Hierdoor werd de illegale bewoning door het stadsdeel gelegaliseerd op onrechtmatige wijze en kon de stedelijke woningdienst niet meer controleren of de woning rechtmatig werd bewoond.
Doordat de gelegaliseerde bewoner van de officieel niet meer bestaande woning in de zelfstandige woning kon blijven wonen voor een extreem lage vergoeding, wilde hij niet uit de bedrijfsruimte 2eJvdH89-H en de daarboven gelegen woning op de eerste verdieping en begon hij met behulp van een door het stadsdeel betaalde advocaat procedures om te voorkomen dat hij tijdelijk uit zijn woning moest voor de renovatie. Doordat de onderste twee bouwlagen niet voor de renovatie beschikbaar kwamen voor het noodzakelijke funderingsherstel en horizontaal leggen van de extreem scheve vloeren, stonden de bovenwoningen van het pand in verband met de juridische procedures lange tijd leeg.
In 2002 werden de leegstaande bovenwoningen door Oost-Europese krakers in gebruik genomen en verdwenen alle gereedschappen van een aannemer en werd de buurt geterroriseerd door extreme overlast. De Oost-Europese krakers werden uiteindelijk door het OM ontruimd in verband met onder andere diefstal van gereedschappen, extreme overlast en illegaal verblijf in Nederland.
Na de ontruiming kon nog niet met de renovatie worden begonnen, omdat de bewoner van de officieel niet meer bestaande woning weigerde mee te werken aan de renovatie.
Eind 2003 werden de bovenwoningen voor de tweede keer gekraakt. Hoewel het stadsdeel op de hoogte was van het feit dat energie maatschappij Nuon de gas- en elektrameters had verwijderd (omdat de Poolse krakers weigerden om voor hun energie te betalen) weigerde het stadsdeel om mee te werken aan een ontruiming op grond van de extreem brand onveilige situatie.
Op 8 maart 2005 ging het gekraakte pand 2e Jan van der Heijdenstraat 89 door brand verloren.
Op last van het stadsdeel werden op 10 maart 2005 ook alle woningen van de panden 2eJvdH87 (eigendom van stadsdeel) en het pand 2eJvdH91 (eigendom van Robert Boeren) ontruimd.
In 2007 oordeelde de Raad van State dat het stadsdeel onrechtmatig had gehandeld door het zonder samenvoegingsvergunning afvoeren van het adres van de destijds onrechtmatig bewoonde distributiewoning 2eJvdH89-1.
In 2009 oordeelde de Raad van State dat stadsdeel Oud Zuid onrechtmatig had gehandeld door na de brand van 8 maart zonder overleg en noodzaak verrichten van sloopwerkzaamheden, terwijl Bremer had aangegeven alle noodzakelijke werkzaamheden in eigen beheer te willen doen, nadat het onderzoek naar de oorzaak van de brand was afgerond.

130114: Bespreking raadsadres in commissievergadering 16 januari

Op 16 januari 2013 wordt het raadadres en het conceptantwoord besproken in de commissie Dienstverlening, Financiën  & Veiligheid.

Hieronder kunt u klikken op de relevante documenten.
Raadsadres 17sep2012 in pdf
Concept antwoord Stadsdeelraad in pdf
Reactie Bremer op brief stadsdeelraad 16jan 1700uur in pdf

Relevante bijlagen:
31204 Huizenhandelaren geinformeerd over minimale prijs op 17dec2003
40107 Kandidaten wisten dat er maar 2 kandidaten waren
40118 Bod Weijnen kom 2 dagen te laat binnen
60301 Interpellatie verzoek Amsterdam Leeft!
60321 Pand had ontruimd moeten worden ivm verwijderen gas+electra meters
70829 RvS uitspraak woning eerste verdieping 2eJvdH89 krijgt weer adres 2eJvdH89-1

 

 

 

 

 

 

U kunt ook doorlinken naar het document met bijlagen.

 

120917 Raadsadres verkoop panden door stadsdeel

Op 17 september is onderstaand raadsadres naar de raadsleden van stadsdeel Amsterdam zuid gestuurd. Voor een goed afdrukbare pdf-file kunt u hier klikken.

Betreft: RAADSADRES Verkoop panden door stadsdeel
Op 31 mei 2010 stuurde ik u een raadsadres (zie RA100531).
Het raadsadres is nog steeds niet beantwoord.
Ik verzoek u mij te laten informeren over de voortgang van de beantwoording en de behandeling van het raadsadres in de stadsdeelraad.

Sinds 2004 zijn de raadsleden minimaal 4 keer door het Dagelijks Bestuur onjuist geinformeerd over het voormalige stadsvernieuwingsproject 2eJvdHeijdenstraat 85-95 en de  verkoop van een viertal panden door het stadsdeel.

In het kader van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) heb ik aan het Dagelijks Bestuur vragen gesteld over de verkoop van de 4 panden aan huizenhandelaren (zie 120306 en 120423).
Het door het stadsdeel beschikbaar gestelde dossier bevat veel interessante informatie.
Ik heb bezwaar gemaakt tegen het niet willen verstrekken van de meest bijzondere documenten (zie 120731) en aanvullende WOB-vragen gesteld (zie 120907 en 120910).
Het bezwaarschrift wordt op vrijdag 21 september om 11 uur behandeld door de adviescommissie Bezwaarschriften op locatie Burgerweeshuispad 301 zaal 0.16.
Op vrijdag 14 september vernam ik dat alleen het bezwaarschrift en het verweerschrift (zie 120911) ter inzage waren gelegd. Na overleg met mij heeft de afdeling Bezwaarschriften toegezegd dat het volledige dossier aan de bezwaarschriftencommissie wordt verstrekt en dat het volledige WOB-dossier vanaf maandag 17 september voor iedereen ter inzage ligt op de stadsdeelkantoren.

Uit het WOB-dossier dat nu ter inzage ligt blijkt o.a. het volgende:
1. Alle 4 panden zijn door het stadsdeel verkocht voor minder dan 30% van de marktwaarde.
2. Sinds 2004 zijn de raadsleden minimaal 4 keer door het DB onjuist geinformeerd.

Eerst zal ik ingaan op de verkoop van de panden en daarna zal ik aangeven op welke punten het Dagelijks Bestuur de stadsdeelraad en de burgers onjuist heeft geinformeerd.

Verkoop Amstelveenseweg 115:
Op 21 mei 2003 verstuurde het stadsdeel aan 7 uitverkoren geïnteresseerden een uitnodiging om het pand Amstelveenseweg 115 op 2 juni 2003 tussen 14.00-16.00uur te bekijken.
Nadat de 7 uitverkorenen elkaar op 2 juni 2003 hadden ontmoet, werden zij uitgenodigd om een bieding te doen. Vanaf 9 mei 2003 was bij het stadsdeel, een notariskantoor en wellicht anderen bekend dat het bodembedrag 190.000 Euro bedroeg.
Uiteindelijk werd het pand Amstelveenseweg 115 gegund voor 215.000 Euro aan dhr E.H.A Weijnen, terwijl deze niet behoorde tot de 7 kandidaat erfpachters die op 2 juni 2003 waren uitgenodigd en op 9 mei 2003 aan de notaris bekend waren gemaakt. (zie WOB-dossier)

Verkoop 2eJvdHeijdenstraat 87 en 95:
In 2003 sprak het stadsdeel met 3 uitverkoren huizenhandelaren over de verkoop van de panden. Door een gebrek aan duidelijke communicatie viel er 1 uitverkoren huizenhandelaar af. De twee resterende uitverkoren huizenhandelaren bezochten alle bewoners van de panden en hadden beiden contact met de eigenaren van de panden 2eJvdH89, 91 en 93.
Op grond van schriftelijke vragen van de partij VOZ (zie 40921) bleek dat er meer dan 2  geïnteresseerden waren en dat er door een onafhankelijke bieder een veel hoger bod was gedaan dat door het stadsdeel niet was meegenomen.
De 2 uitverkoren huizenhandelaren hadden in 2003 veelvuldig contact met ambtenaar W.Kuiper. Op 17 december 2003 werden zij door hem zeer aantrekkelijke verkoopcondities toegezegd en hielp hij hen door OGA (Ontwikelings Bedrijf Amsterdam) een zeer lage bodemadviesprijs af te geven. Uit het WOB-dossier blijkt dat het OGA dit advies had gebaseerd op een brief van dhr W.Kuiper waarin het hoogste bod van 290.000 Euro was vermeld.
Uit het hele dossier blijkt dat voormalig stadsdeelmedewerker W.Kuiper er alles aan heeft gedaan om er voor te zorgen dat de panden tegen een zo laag mogelijke prijs door het stadsdeel konden worden verkocht.
De 2 uitverkoren huizenhandelaren hoefden weinig moeite te doen om er achter te komen dat zij met zijn tweeën uitverkoren waren om de panden te mogen kopen.
Aangezien de 2 huizenhandelaren in december 2003 de panden graag onder de zeer gunstige condities van het stadsdeel wilden kopen, besloot het stadsdeel (dhr W.Kuiper) om hen beiden een bod uit te laten brengen. Uiteindelijk deed dhr E.H.A. Weijen (handelend namens meerdere BV’s) met 375.000 Euro voor de afkoop van de erfpacht het meest. Voor de panden zelf hoefde dhr Weijnen (zijn BV’s) niets te betalen. Iedereen die het WOB-dossier doorneemt zal kunnen verklaren waarom de panden uiteindelijk zo weinig hebben opgebracht.

Inschrijvingsvoorwaarden
Volgens de inschrijvingsvoorwaarden verplichte de aangewezen inschrijver zich om binnen 4 weken na datum bestuurlijke gunning een aanvraag bouwvergunning in te dienen en binnen 4 weken na afgifte van de bouwvergunning met het funderingsherstel aan te vangen.
Uit het dossier blijkt niet dat er door dhr Weijnen (en/of zijn BV’s) tijdig een bouwvergunning voor de panden 2eJvdH87+95 is aangevraagd.
Nadat het stadsdeel de panden leeg kon leveren heeft dhr Weijnen handelend namens Weijnen Vastgoed BV en als schriftelijk gevolmachtigde van Magnum Plus BV, Zonnebloem Vastgoed BV en A. de Jong en ZN BV op 17 oktober 2005 (zie 51017) de panden vrij van huur verworven voor 375.000 Euro (zijnde de 50 jarige afkoop van de erfpacht).
Uit het WOB-dossier blijkt niet dat er na 17 oktober 2005 door dhr Weijnen (of zijn BV’s) een bouwaanvraag is ingediend.
Op donderdag 13 september 2012 had ik een gesprek met dhr Rob van den Brink van het stadsdeel over mijn WOB-vragen van 7 september. Dhr van den Brink had gezocht of er door of namens dhr Weijnen een bouwaanvraag is ingediend voor de panden 2eJvdH87+95 maar kon geen enkele bouwaanvraag namens dhr Weijnen (en/of zijn BV’s) vinden.
Dhr Brink kon ook geen documenten in het dossier van het stadsdeel vinden op grond waarvan de bewoners van 2eJvdH87+95 zijn uitgeplaatst.
Nadat de panden 2eJvdH87+95 leeg waren heeft dhr Weijnen (handelend namens meerdere BV’s) deze panden binnen 6 maanden doorverkocht aan een projectontwikkelaar voor een bedrag van 1.500.000 Euro, zonder ook maar iets aan de panden te hebben gedaan.
Vanaf het moment dat de panden aan dhr Weijnen waren gegund heeft dhr W.Kuiper namens het stadsdeel er alles aangedaan om de panden leeg te krijgen en daarna heeft dhr Weijnen en zijn BV’s de 1.500.000 Euro winst gepakt.

Verkoop Quellijnstraat 138-2:
Nadat dhr Weijnen de panden Amstelveenseweg 115, en 2eJan van der Heijdenstraat 87 + 95 had verworven had het stadsdeel nog een pandje in de aanbieding. Het appartement Quellijnstraat 138-2 dat ooit door het stadsdeel was gekocht om 15 panden in de Pijp te kunnen slopen. Lies Visser die woonde op Quellijnstraat 138-H had de sloop met juridische procedures weten te voorkomen.
De twee heren die op de panden in de 2eJvdH87+95 mochten bieden waren wederom
uitverkoren om op het lege appartement te mogen bieden.
Om de prijs te drukken werd aan het OGA gemeld dat het appartement was verhuurd voor een lage prijs, maar het appartement was reeds leeg.
Omdat 2 bieders bij een zogenaamd openbare inschrijving weinig is, werd ook nog een derde partij in de gelegenheid gesteld om te bieden op het lege appartement.
De minimale prijs was reeds veel eerder bekend en natuurlijk door de ambtenaren van het stadsdeel goed geheim gehouden. De heer Deenink (via Bas Boterbloem BV mede eigenaar van Deenink Weijnen Vastgoed BV) deed als “onafhankelijk partij” het hoogste bod dat toevallig op de cent overeenkwam met de minimale verkoopprijs van het OGA.
Mevrouw Visser was jaren eerder aangeboden om het appartement te mogen kopen voor 20.000 Euro, omdat zij sinds het stadsdeel eigenaar was van Quellijnstraat 138-2 namens de VVE Quellijnstraat 138 alle kosten voor een casco-renovatie, verzekering en watergeld had betaald. Op 11 juni 2005 deed mevrouw Visser uit eigeninitiatief een hoger bod dan dhr Deenink. Desondanks werd het appartement op 8 december 2005 door het stadsdeel aan dhr Deenink verkocht voor 60.000 Euro.
Binnen een jaar werd het pand Quellijnstraat 138 (H, 1, 2 en 3 hoog) verkocht aan een projectontwikkelaar voor 750.000 Euro.

Samengevat verkoopresultaat:
Dhr Weijnen en zijn compagnon Deenink hebben op de panden van het stadsdeel een aantoonbare winst gemaakt van minimaal 1.600.000 Euro door de panden binnen 6 maanden te verkopen zonder iets aan de panden te hebben gedaan.

Onjuiste informatievoorziening Dagelijks Bestuur:
Hoewel ik als raadslid en direct betrokkene door het DB over de onderhavige panden tijdens commissie- en raadsvergaderingen en via raadsdocumenten meerdere keren onjuist ben geinformeerd door de verantwoordelijke portefeuillehouders Jaensch en de Vries zal ik mijn constateringen van onjuiste informatievoorziening summier houden door dit te beperken tot het antwoord op schriftelijke vragen van de raadsleden.
Het is een taak van raadsleden om kritisch te zijn op de informatie die zij krijgen.
Op grond van het mij beschikbaar gestelde WOB-dossier dat tot 21 september voor iedereen ter inzage ligt op de stadsdeelkantoren blijkt dat de raadsleden op grond van de volgende documenten door het Dagelijks Bestuur zijn misleid of onjuist zijn geinformeerd.

A. Onjuiste antwoorden van 21 september 2004 op schriftelijke vragen VOZ (zie 40921).
Naar aanleiding van vraag 1 schreef het DB: “’…. Van biedingen van andere partijen was dan ook geen sprake”.
Onjuiste info 1: Het stadsdeel kreeg voor de gunning van 1 partij een veel hoger bod dan het bedrag waarvoor het stadsdeel de panden 2eJvdH87+95 in erfpacht heeft uitgegeven.
Naar aanleiding van vraag 2 schreef het DB: “De toekomstig erfpachter verplicht zich tot het voor eigen rekening realiseren van een vernieuwbouwplan voor beide percelen inclusief funderingsherstel. Op basis van marktconforme verkoopprijzen heeft het OGA een minimale marktconforme prijs bepaald.”
Onjuiste info 2: Van verplichting om de panden te vernieuwbouwen was geen sprake want de toenmalige toekomstige erfpachter deed niets met de panden en vroeg zelfs geen bouwvergunning aan binnen de termijn die daar voor stond. Het enige dat de koper deed was de panden door verkopen met een zeer aanzienlijke winst.
Onjuiste info 3: Er was geen sprake van een marktconforme prijs, want de panden werden binnen 6 maanden doorverkocht met een winst van 400% zonder dat er iets met de panden was gedaan. Bovendien was er door een bieder die de panden niet kreeg toegewezen een bod gedaan dat meer dan twee keer zo hoog was.
Naar aanleiding van vraag 4 schreef het DB: “Het OGA c.q. de gemeente is een risicoregeling met de erfpachter overeengekomen inhoudende dat de gemeente in een eventueel te behalen winst door de erfpachter bij verkoop van de te realiseren koopappartementsrechten.”
Onjuiste info 4:  Op grond van de verstrekte informatie bedroeg de winst 1.500.000 Euro die als volgt is verdeeld: stadsdeel 0,00 Euro en dhr Weijnen (met diverse BV’s) 1.500.000 Euro.

B.Onjuiste informatie naar aanleiding van antwoorden op raadsadres van 10 september 2008
Op 20 september 2007 stuurde ik een raadsadres dat op 9 september 2008 is besproken in de Raadscommissie Ruimte en wonen. In mijn toespraak aan de raad heb ik aangegeven dat het concept antwoord (zie 80910) diverse onjuistheden bevatte. De volgende dag ondertekenden de stadsdeelsecretaris en wethouder Egbert de Vries het ongewijzigde antwoord op mijn raadsadres.
Onjuiste info 5: Op vraag 3 antwoordde het Dagelijks Bestuur dat bij de verkoop van de panden 2eJvdH87+95 en het pand Quellijnstraat 138-2 niet dezelfde partijen waren.
Dat is onjuist bij de verkoop waren bij beide inschrijving de heren Boeren en Weijnen betrokken. Bij de inschrijving van Quellijnstraat 138-2 mocht ook dhr Deenink mee doen.
Dhr Deenink is een zakenpartner van dhr Weijnen en zij zijn gezamenlijk en afzonderlijk met hun vele BV’s gevestigd op hetzelfde adres. Op het adres is onder andere gevestigd Deenink Weijnen Vastgoed BV.  Gezien de zakelijke belangen waren de heren Weijnen en Deenink zodanig met elkaar verbonden dat er geen sprake was van afzonderlijke partijen.

Bovenstaande opsomming van het verstrekken van onjuiste informatie aan de raadsleden door het Dagelijks Bestuur is slechts een selectie op grond van het WOB-dossier.
Uit het WOB-dossier blijkt dat het stadsdeel de panden 2eJvdH87+95 anders heeft behandeld dan de panden van de particuliere eigenaren van de stadsvernieuwingslokatie 2eJvdH85t/m95.
De bewoners van de stadsdeelpanden 2eJvdH87+95 werden gedwongen uitgeplaatst, omdat de koper het recht had gekregen om de panden te splitsen en te verkopen als appartementen.
Volgens een document van 11 oktober 2005 kreeg Sandstenen Projecten BV toestemming om de panden te splitsen zonder vergunning voordat er een bouwaanvraag was ingediend en voordat er iets aan de panden was gedaan.
Volgens een document van 30 maart 2006 stemde het stadsdeel in met de verkoop van de panden 2eJvdH87+95 voordat er een verbouwing had plaatsgevonden en mocht het bouwvolume aanzienlijk worden vergroot zonder dat de erfpacht werd verhoogd.
Het stadsdeel heeft afspraken met de andere eigenaren geschonden en heeft het hen onmogelijk gemaakt om de panden te kunnen renoveren.
Dit zou kunnen blijken uit de keuze notitie over de verkoop van de panden 2eJvdH87+95 van 6 januari 2003. Het stadsdeel besloot echter om dit document niet beschikbaar te stellen, omdat er persoonlijke beleidsopvattingen in zouden staan die herleid baar zijn tot personen.

Ik verzoek de stadsdeelraad om:
1.aan te geven wat de raad wil doen om te voorkomen dat het Stadsdeel nog meer gemeenschapsgeld verspilt door onroerend goed te verkopen voor een veel te lage prijs.
2.aan te geven wat het standpunt is van de raad over het verstrekken van onjuiste informatie door het Dagelijks Bestuur aan de raad in het kader van dit dossier en in het algemeen.
3.mijn raadsadres van 31 mei 2010 te beantwoorden en in de commissie te behandelen.
4.het DB te moveren om de interne notitie van 6 januari 2003 openbaar te maken.

Hoogachtend,
Drs Ing. Hans Bremer

120515 Overige dubieuze activiteiten Ron de Waal bij project 2eJvdH87-95

1.Asbestfraude
Sinds 2007 is inspecteur Ron de Waal hoofdverdachte in de zogenaamde asbestfraude zaak.
Bij het asbestfraudeonderzoek door het openbaar ministerie werden maar liefst 100 rechercheurs ingezet en zijn 86.000 telefoongesprekken van Ron de Waal en andere verdachten op genomen en geanalyseerd.
Mede in verband met de asbestfraudezaak en andere zaken is Ron de Waal sinds 2007 niet meer werkzaam bij de afdeling handhaving van Stadsdeel Amsterdam Zuid.

2.Willekeur bij aanschrijvingen en bevoordeling koper stadsdeelpanden
Eind 2004 werden de stadsdeelpanden 2eJvdH87+95 door inspecteur Ron de Waal aangeschreven om de vloeren horizontaal te leggen zodat de bewoners moesten worden uitgeplaatst en niet konden terugkeren. Hierdoor konden de panden door het stadsdeel leeg en vrij van huur worden verkocht.
Op 17 oktober 2005 heeft het stadsdeel de panden 2eJvdH87+95 leeg en vrij van huur verkocht aan een huizenhandelaar die niets met de panden heeft gedaan en binnen 6 maanden heeft doorverkocht met een winst van 1.500.000 Euro.
De eigenaren van de extreem verzakte panden 2eJvdH89t/m93 werden in 2004 niet aangeschreven om de vloeren horizontaal te leggen, zodat de bewoners tijdens de kostbare renovatie in hun woningen konden blijven wonen. Op grond van de scheve vloeren en de criteria van de Huurcommissie zouden de huurders van de particuliere eigenaren altijd een extreem lage huur houden.
Voor de eigenaar van 2eJvdH89 was de aanschrijving op scheefstand door de sinds 1999 lopende procedure tegen de onrechtmatige daad van het stadsdeel de enige mogelijkheid om het pand te kunnen renoveren volgens de reeds in 2000 verstrekte bouwvergunning.
De rechtbank deed een uitspraak op grond waarvan de Oost-Europese krakers gebruik mochten blijven maken van de bovenste drie verdiepingen totdat de gebruiker van de bedrijfsruimte de ruimte beschikbaar zou stellen voor funderingsherstel.

3. Ron de Waal negeerde meldingen van extreem brandgevaar
Bremer heeft in 2004 de Waal vele keren verzocht om de krakers op grond van de extreem brandgevaarlijke situatie te laten ontruimen.
De Waal koos er voor niets te doen nadat Bremer het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel meldde dat het extreem brandgevaarlijke pand niet beschikte over een gas- en elektrainstallatie.
Op schriftelijke vragen van de PvdA over de brand heeft het stadsdeel op 21 maart 2006 verklaard dat als uit een inspectie van de afdeling Handhaving Bouwen en Wonen vast staat dat ten gevolge van het niet functioneren dan wel afgesloten zijn van gas- en/of elektriciteitsinstallaties een onvoldoende veiligheid aanwezig is, gehandhaafd zal worden middels het staken van het gebruik van de desbetreffende woning of het gebouw. In overleg met de Burgemeester zal dan direct tot ontruiming worden overgegaan.
Ondanks de vele verzoeken van Bremer heeft Ron de Waal geweigerd om mee te werken aan de ontruiming van het brandgevaarlijke pand.
Op 8 maart 2005 ging het gekraakte pand door brand verloren.

120324: Hoorzitting 23 maart 2012 over schadeclaim afvoer onrechtmatig bewoonde woning

Na de bestudering van de op de stadsdeelkantoren op 15 maart 2012 ter inzage gelegde dossiers bleek dat:
1. Het document 110204c ontbrak. Dit document betreft een begeleidend schrijven bij de op 1 februari 2011 genomen besluiten. Uit document 110204c blijkt dat het stadsdeel nog steeds wil afzien van mediation om het bedrag van de schade vast te stellen.
2. De bijlagen van de dikste map in omgekeerde volgorde zaten. Hierdoor zat 1 van de belangrijkste documenten van Bremer als laatste in een 5 cm dikke map. Het belangrijkste document van het stadsdeel (verweerschrift) zat als eerste en bovenste document in de 5 cm dikke map.
3.Het stadsdeel heeft sommige documenten 2 keer in het dossier gestopt.
Op 15 maart heb ik voorgesteld om het gehele dossier op deze website te plaatsen en dit zo snel mogelijk kenbaar te maken aan alle leden van de Adviescommissie Bezwaarschriften.
De documenten zijn zo veel mogelijk geschikt gemaakt om digitaal te kunnen doorzoeken.
Verder is de pleitnota van Bremer toegevoegd die op de zitting is voorgedragen voor zover deze nog niet in concept beschikbaar was gesteld.

U kunt doorklikken naar:
1.Digitale dossier documenten schadeclaim “afvoeren woning 2eJvdH89-1”. .
2.Definitieve correcties en opmerkingen op verweerschrift dhr Nomden namens het stadsdeel .
3.Weerlegging stelling Nomden dat het volstrekt onjuist is dat ambtenaar Ed Molekamp het adres heeft afgevoerd om te voorkomen dat Bremer zijn huurder kon uitzetten.
4.Weerlegging stelling Nomden dat Bremer onjuiste informatie zou hebben verstrekt aan voormalig hoofd handhaving bouwen en wonen Redband Visser.
5. De pleitnota van Bremer die gebruikt is op de hoorzitting van 23 maart 2012.

 

 

 

 

 

 

 

 

120301: Weerlegging stelling Nomden over Hoofd Handhaving Redband Visser

Dhr Nomden schreef in het verweerschrift:
3.2.20. Daarnaast is hetgeen de heer Bremer stelt over de mogelijkheid om de
bedrijfsruimte af te splitsen van de bovenwoningen eveneens onjuist. Dit geldt in
het bijzonder ten aanzien van de weergave van de brieven van de afdelingen
Vergunningen en Handhaving. De werkelijke situatie was als volgt. De heer
Bremer heeft de afdeling Vergunningen onjuist geïnformeerd over de feitelijke
situatie ter plaatse, waardoor bij deze afdeling de indruk is gewekt dat er sprake
was van afzonderlijke verblijfsobjecten. Op basis van die informatie berichtte de
afdeling Vergunningen de heer Bremer dat hij geen splitsingsvergunning nodig
had. Naar aanleiding van een verzoek van de heer Bremer om aparte adressen
toe te kennen aan de begane grond en eerste verdieping, heeft de afdeling
Handhaving een inspectie laten uitvoeren. Daaruit bleek dat de heer Bremer ten
onrechte had gesteld dat er sprake was van twee afzonderlijke objecten die alleen
met een buitentrap met elkaar waren verbonden. De twee verdiepingen vormden
één object dat met een binnentrap was verbonden. Op basis van deze nieuwe
informatie heeft de afdeling Handhaving de heer Bremer bericht dat er geen
aanleiding was voor de toekenning van twee aparte adressen en dat de brief van
de afdeling Vergunningen niet op de situatie in het pand van toepassing was,
omdat de feitelijke situatie anders bleek te zijn dan de heer Bremer die afdeling
had voorgehouden. De afdeling Vergunningen heeft derhalve geen “toestemming”
gegeven voor afsplitsing van de bedrijfsruimte en de afdeling Handhaving heeft
die “toestemming” derhalve ook niet “ingetrokken”.

Opmerking 55b Bremer:
Dhr Nomden verdraait de feiten.
De indeling van het pand was vastgelegd in de tekeningen bij de bouwvergunning.
Uit de indeling van de onderste twee bouwlagen blijkt duidelijk dat dit twee afzonderlijke objecten betreft. (zie bouwtekening 000907).
Ook vanaf de straat was duidelijk te zien dat de bedrijfsruimte op de begane grond en de zelfstandige woning op de eerste verdieping een eigen toegangsdeur hadden (zie 990428).
Het stadsdeel beschikte over alle informatie om te kunnen beoordelen of de woning op de eerste verdieping een zelfstandig object was.
In 1980 bestond het pand uit vier objecten: 2eJvdH89-H, 1, 2, 3. Sindsdien was er geen bouwvergunning verstrekt op grond waarvan objecten samengevoegd mochten worden en dus bestond 2eJvH89 nog steeds uit 4 objecten.
In oktober 1999 was de zelfstandige woning 2eJvdH89-1 uit het woningbestand verwijderd op grond van het onjuist opgemaakt document 991015.
Op 70829 heeft de Raad van State geoordeeld dat de zelfstandige woning 2eJvdH89-1 net zoals op 980126 weer een apart adres moest hebben.
Toen de afdeling vergunningen op 20417 toestemming gaf om de bedrijfsruimte af te splitsen van de drie woningen, had het stadsdeel er weer voor moeten zorgen dat alle drie zelfstandige woningen weer een adres kregen.
De afdeling van dhr Ed Molekamp en Redband Visser zaten klem.
In oktober 1999 hadden ze zonder samenvoegingsvergunning en in strijd met de APV het adres van de zelfstandige woning laten verwijderen.
Nu moesten ze weer een apart adres toekennen omdat de afdeling vergunningen op grond van het feit dat de bedrijfsruimte op de begane grond sinds 1932 als bedrijfsruimte was gebruikt afgesplitst mocht worden van drie zelfstandige woningen.
Redband Visser heeft dit bereikt door mij valselijk te beschuldigen van het verstrekken van onjuiste informatie.
Volgens de door Ed Molekamp opgestelde brief zou ik tegen Radband Visser hebben gezegd dat er geen binnentrap aanwezig zou zijn tussen de begane grond en de zelfstandige woning op de eerste verdieping.
Volgens Redband Visser was de bedrijfsruimte en de woning op de eerste verdieping 1 object en daarom hoefde de woning geen adres te hebben.
Redband Visser heeft echter willens en wetens de APV niet gehanteerd.
De woning was zelfstandig, omdat het beschikte over een eigen toegangsdeur, een badgelegenheid en een kookgelegenheid.
Of er al dan niet een trap was tussen de bedrijfsruimte en de zelfstandige woning op de eerste verdieping was helemaal niet relevant voor het feit dat de onderste twee verdiepingen aparte objecten waren.
Redband Visser heeft de brief 20506 wel naar de notaris gestuurd, maar de afdeling vergunningen heeft het besluit op grond waarvan de bedrijfsruimte mocht worden afgesplitst van de 3 zelfstandige woning nooit in getrokken en wellicht zelfs nooit ontvangen.
Door mij valselijk te beschuldigen van leugens heeft Redband Visser op grond van zijn onjuiste weergave van een telefoongesprek de volkomen rechtvaardige afsplitsing van de bedrijfsruimte van de boven woningen weten te voorkomen.
Uit bijgevoegde transcriptie (20502T) en de geluidsopname (20502G) van het telefoongesprek dat ik op 2 mei 2002 voerde met Redband Visser blijkt dat ik in dat gesprek niets heb gezegd over een binnentrap.
Ik gaf een volkomen juiste weergave van de bouwkundige indeling die in overeenstemming was met de tekening bij de in 2000 verstrekte bouwvergunning.
Op 17 januari 2003 heeft Redband Visser aan wethouder Emile Jaensch moeten uitleggen waarom het adres was afgevoerd zonder bouw en of samenvoegingsvergunning.
In het gesprek op 17 januari 2003 met wethouder Emile Jaensch heb ik Redband Visser geconfronteerd met zijn leugens en heeft hij vrijwel uitsluitend gestotterd. Redband Visser heeft in 2003 nog afscheid genomen van Stadsdeel Oud Zuid.
Hoewel wethouder Emile Jaensch volgens eigen zeggen wist dat de ambtenaren het adres van de zelfstandige woning ten onrechte hadden afgevoerd heeft het stadsdeel tot augustus 2004 geweigerd om een voor beroep vatbaar besluit te nemen over het weer toekennen van een adres aan de woning op de eerste verdieping.
Pas in 2007 oordeelde de RvS dat de zelfstandige woning op de eerste verdieping per terugwerkende kracht het adres 2JvdH89-1 moest hebben.
Door het afvoeren van het adres werd de gelegenheid geboden aan meer dan 50 mensen om het pand 2eJvdH89 onrechtmatig te bewonen.
Op 8 maart 2005 ging het gekraakte pand in vlammen op.
De geleden schade is enorm.

100413: Toekenning adressen volgens APV

Ingevolge artikel 8.15, eerste lid, van de Algemeen plaatselijke verordening van de gemeente Amsterdam (hierna de APV) kennen burgemeester en wethouders aan elk object een adres toe.
Ingevolge artikel 8.13, aanhef en onder h, van de APV wordt onder verblijfsobject verstaan een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat rechtstreeks vanaf de openbare weg, via het eigen erf of een gemeenschappelijke ruimte toegankelijk is en waarbinnen alle ruimtes met elkaar in verbinding staan.
Een object kan een woon- of een bedrijfsbestemming hebben.
Een zelfstandige woning is een object dat afsluitbaar is en beschikt over een eigen toegang, WC, keuken en wasgelegenheid.
Volgens het woningenbestand van de gemeente Amsterdam had het pand 2eJvdH89 op 26 januari 1998 vier adressen:
2eJvdH89-H : bedrijfsruimte
2eJvdH89-1, 2eJvdH89-2 en 2eJvdH89-3: zelfstandige woningen (zie 980126)

100412: September 1999

Op 30 juli 1999 (zie 990730) kregen alle bewoners van 2eJvdH89 van het stadsdeel de stadsvernieuwingsstatus op grond van een vernieuwbouwplan.
Zij kregen 8000 gulden voor de uitplaatsing van het stadsdeel. Drie van de vier bewoners wilden daar graag gebruik van maken.
Voor de bewoner van woning 2eJvdH89-1 (die een bedrijf had gevestigd in de bedrijfsruimte 2eJvdH89-H) ontstond een probleem toen de woninggerechtigde van de zelfstandige woning 2eJvdH89-1 zich uitschreef.
De bewoner van 2eJvdH89-1 had namelijk geen woonvergunning en geen huurovereenkomst voor de zelfstandige distributiewoning 2eJvdH89-1. Bovendien was niet hij maar dhr de Wild Propitius de woninggerechtigde, omdat de Wild Propitius reeds 15 jaar op 2eJvdH89-1 stond ingeschreven. (zie 980126 en 991028).

100410: Document 15 oktober 1999 ‘samenvoeging’

Volgens het document van 15 oktober 1999 zouden de onderste twee bouwlagen zijn samengevoegd. Hiervoor is echter nimmer de benodigde vergunning verstrekt waar tegen Bremer en andere betrokkenen bezwaar en beroep hadden moeten kunnen aantekenen.
Het document van 15 oktober 1999 kreeg Bremer niet van het stadsdeel, maar kreeg hij pas veel later van bureau informatie management dat destijds de mutaties in het woningenbestand doorvoerde. (zie 991015)
Als Bremer destijds van het document van 15 oktober 1999 op de hoogte was, had hij de mogelijkheid gehad om bezwaar te maken tegen de onrechtmatige “samenvoeging” en de verwijdering van de distributiewoning 2eJvdH89-1 uit het woningenbestand.

100403: Januari 2003 ‘Onafhankelijk’ onderzoek benodigde samenvoegingvergunning

Op 20 oktober 2001 informeerde Bremer wethouder Ger de Visser over de stagnerende vernieuwbouw en verzocht hij nogmaals om de samenvoeging van 2eJvdH89-H en 2eJvdH89-1 ongedaan te maken en weer een adres te verstrekken aan de zelfstandige woning 2eJvdH89-1 (zie 011020).
Wethouder Ger de Visser heeft de brief 6 maanden laten rusten en overgedragen aan zijn opvolger Emile Jaensch.
Direct bij zijn aantreden als wethouder heeft Bremer dhr Jaensch verzocht om een gesprek over de problemen als gevolg van de samenvoeging en het uitblijvende antwoord op de brief van 20 oktober 2001.
Uiteindelijk kreeg Bremer via dhr Jaensch op 20 december 2002 (na 14 maanden  zie 21220) een kopie van de brief die Redband Visser (hoofd Handhaving) op 13 mei 2002 niet naar mijn woonadres maar naar het destijds gekraakte pand had gestuurd (zie 20513).

Op 15 januari 2003 informeerde Bremer dhr Jaensch uitvoerig over de illegale samenvoeging en de consequenties daarvan. Na dit gesprek gaf Bremer op verzoek van dhr Jaensch in een email aan wat de gevolgen waren van de samenvoeging zonder vergunning en het verwijderen van de woning 2eJvdH89-1 uit de vastgoedregistratie.
De heer Jaensch stelde voor om de heer Redband Visser in een gesprek op 17 januari 2003 te laten uitleggen waarom er geen samenvoegingvergunning nodig was voor de samenvoeging van 2eJvdH89-H met 2eJvdH89-1.
In de email van dhr Emile Jeansch aan dhr Redband Visser werd dhr Visser op deze vragen voorbereid  (Zie email 30116).
Tijdens het gesprek van 17 januari 2003 zat de heer Redband Visser met een bezweet rood hoofd aan de tafel en hield hij angstvallig zijn mond.
De heer Jaensch deed het voorstel om een onafhankelijke instantie een onderzoek te laten doen. Bremer stemde hier aanvankelijk niet mee ingestemd, omdat de heer Jaensch hem duidelijk had aangegeven dat Redband Visser in het gesprek had moeten aangeven waarom er geen samenvoegingsvergunning nodig was voor het afvoeren van de zelfstandige woning en de samenvoeging van 1-hoog met Huis. Bremer heeft toen zijn verbazing uitgesproken over het feit dat het hoofd handhaving niet op de hoogte was van de noodzaak van een samenvoegingsvergunning.
Uiteindelijk stemde Bremer in met het onafhankelijk onderzoek naar het afvoeren van de zelfstandige woning uit het woningenbestand zonder de benodigde vergunning. Een uur na het gesprek kreeg Bremer per fax een brief waarin hem werd meegedeeld dat het onderzoek zou worden gedaan door de Milieu- en Bouwtoezicht van de gemeente. Volgens de vraagstelling werd er echter geen onderzoek gedaan naar het afvoeren van het adres zonder samenvoegingsvergunning (zie 30117).
Toen Bremer de onderzoeker daarna direct belde was hij reeds in het bezit van een dossier van het stadsdeel. Met onderzoeker Wim Mulder sprak Bremer af dat hij voor eind januari ook een dossier zou opstellen zodat Mulder volledig zou zijn geinformeerd. Bremer bezorgde zijn dossier op 31 januari bij de Milieudienst (zie 30131).
Op 14 februari ontving Bremer een rapport van de Milieu Dienst en bleek dat de door hem verstrekte informatie niet was meegenomen in het “onafhankelijke” onderzoek. Op 12 februari 2003 zou de heer Jaensch er voor zorgen dat Bremer een kopie zou krijgen van het dossier dat naar de Milieu Dienst was gestuurd voor het “onafhankelijke” onderzoek. Twee maanden later werd dit door het stadsdeel tegen gesproken.
Op 14 april maakte Bremer gebruik van de mogelijkheid om het hele dossier over 2eJvdH89 in te zien.  In dit dossier zat de email van dhr Jaensch aan de heer Redband Visser waarin stond dat hij de vraag moest beantwoorden waarom er zonder een samenvoegingsvergunning een adresbeschikking was afgegeven. (zie 30116).
In dit dossier zat ook een email van Redband Visser aan de “onafhankelijke” onderzoeker Wim Mulder waarin de heer Visser aangaf dat hij een aantal wijzigingen in het “onafhankelijke” onderzoek had aangebracht en dat Redband Visser voor het onderzoek zou betalen (zie 30204).
Op 15 april 2003 schreef Bremer de heer Jaensch dat hij het onderzoek niet als onafhankelijk beschouwde en verzocht hij nogmaals om de oorspronkelijke indeling van het pand te herstellen zoals die was voor de adresbeschikking (30415).
Tijdens de commissievergadering ROW van 6 mei 2003 heeft wethouder Jaensch gezegd dat uit een onafhankelijk onderzoek bleek dat de adresbeschikking terecht was verstrekt.
Op 19 mei 2003 (30519) stuurde Bremer naar de raadsleden ter informatie de brief + bijlagen die hij ook op 15 april 2003 stuurde naar wethouder Jaensch om hem te informeren over de illegale samenvoeging door het stadsdeel.
Behalve Bremer was er niet 1 bestuurder of raadslid die het vreemd vond dat er 2 objecten door het stadsdeel konden worden samengevoegd zonder samenvoegingsvergunning.
Vervolgens duurde het nog meer dan vier jaar voordat de Raad van State oordeelde dat de zelfstandige woning op de eerste verdieping en de bedrijfsruimte op de begane grond aparte adressen hadden moeten hebben.