120808: Zitting Raad van State over kosten werkzaamheden na brand 8mrt2005

De Raad van State vernietigde op 23 december 2009 (zie 91223) het besluit van het stadsdeel om Bremer te laten betalen voor de werkzaamheden die het stadsdeel zonder noodzaak en zonder overleg met Bremer heeft laten verrichten na de brand op 8 maart 2005.
Het stadsdeel  nam daarna een nieuw besluit, omdat er volgens het stadsdeel sprake zou zijn van verrijking van Bremer als het stadsdeel zou betalen voor de uitgevoerde werkzaamheden die volgens het stadsdeel spoedeisend en noodzakelijke waren.
Volgens de door Bremer ingehuurde experts waren de werkzaamheden echter niet noodzakelijk en zeker niet spoedeisend.
Het stadsdeel heeft erkend dat het geen technisch onderzoek (zie 120404) heeft verricht naar de noodzaak van de verrichte werkzaamheden en dat er geen schriftelijke documenten zijn over de opdrachtverlening aan de sloper.
Inspecteur Ron de Waal heeft in een  telefoongesprek (beluister 50323G ) toegegeven dat hij zonder de toestemming van Bremer werkzaamheden aan het pand 2eJvdH89 heeft laten verrichten.
Volgens documenten die Bremer op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur heeft gekregen blijkt dat er in de eerste week asbest is verwijderd (zie 50331wk1) in het pand 2eJvdH87 zonder vergunning (zie 120404).  Volgens de weekafrekening (zie 50331wk1) zijn er de eerste week geen werkzaamheden verricht aan het pand van Bremer.
Inspecteur Ron de Waal is sinds medio 2007 niet meer werkzaam bij de afdeling Handhaving aangezien hij verdachte is in een zeer omvangrijke fraudezaak (zie 70421 en 111025).
Volgens het stadsdeel moet Bremer 8407 Euro (zie 100223T) betalen voor werkzaamheden die het stadsdeel in de eerste drie dagen zou hebben laten uitvoeren.
Op 17 juli 2012 (zie 120717) heeft Bremer een toelichting gegeven waaruit blijkt dat er de eerste drie dagen na de brand geen noodzakelijke werkzaamheden in opdracht van het stadsdeel zijn verricht en dat het besluit van het stadsdeel dus is gebaseerd op valse gronden.
Aangezien het stadsdeel  geen onderzoek heeft gedaan naar de noodzaak van eventuele werkzaamheden heeft Bremer de Raad van State gevraagd om het besluit van het stadsdeel om Bremer op een andere wijze kosten in rekening te brengen te vernietigen.
Bremer gaf op 8 augustus 2012 een toelichting aan de hand van een op schrift gestelde pleitnota (zie 120808) en de heer van Gorsel namens het stadsdeel had geen schriftelijke pleitnota.
Dhr van Gorsel van het stadsdeel moest de vraag beantwoorden hoe de lijst met werkzaamheden van de eerste drie dagen na de brand tot stand was gekomen. Dhr van Gorsel antwoorden dat hij samen met de sloper aan de hand van zijn rommelige briefjes de lijst had samengesteld.
Dhr Bremer reageerde hierop dat de werkzaamheden niet in die periode waren uitgevoerd en dat het stadsdeel geen onderzoek had gedaan naar de noodzaak van de werkzaamheden. Alle werkzaamheden waren uitgevoerd zonder overleg met Brmer zoals uit het telefoongesprek met voormalig inspecteur Ron de Waal bleek (luister 50323G ).
Bremer hoefde van de voorzitter van de RvS niet meer met een manquette aan te tonen dat de uitgevoerde werkzaamheden niet nodig waren.
De RvS zal uiterlijk 18 september 2012 uitspraak doen.
Alle processtukken in de procedure bij de Raad van State zijn vermeld in Bijlage Procesdossier (zie 120716: Bijlagen RvS).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *