120517 Dubieuze Opdrachtverlening Ron de Waal na brand 8 maart 2005

Van 2004 tot 2005 heeft ambtenaar Ron de Waal een zeer dubieuze rol gespeeld bij de renovatie van de panden 2e Jan van der Heijdenstraat 87 t/m 95 (zie 120515).
Sinds 2007 is ambtenaar Ron de Waal (zie 70421) hoofdverdachte in de zogenaamde asbestfraude zaak. (zie 120515)
Mede in verband met de asbestfraudezaak en andere zaken is Ron de Waal sinds 2007 niet meer werkzaam bij de afdeling handhaving van Stadsdeel Amsterdam Zuid.

Brand op 8 maart 2005
Op 8 maart 2005 was er een grote brand in het deels gekraakte pand 2eJvdH89 van Bremer.
Zonder toestemming en overleg met Bremer heeft Ron de Waal op 8 maart 2005 om 9 uur een opdracht gegeven aan een toevallig voorbijkomende sloper. (zie 50414).
Toen Tijsterman op 8 maart 2005 reeds aan het werk was, heeft Ron de Waal aan Bremer gevraagd of Tijsterman ook voor hem dingen kon doen. Bremer gaf geen opdracht aan Tijsterman, omdat de onderzoeken van de verzekeringsmaatschappij en de politie nog niet waren afgerond.
Ron de Waal gaf op 8 maart 2005 alleen aan dat de onderste twee verdiepingen van 2eJvdH89 met platen ontoegankelijk moesten worden gemaakt. Bremer heeft op 8 maart 2005 met zijn bouwteam het pand ontoegankelijk gemaakt (zie 50308).
Bouwkundig ingenieur Bremer en de door hem ingehuurde brandschade-experts van Krantz & Polak Resolve (zie 71107) hebben op 8 en 9 maart 2005 de constructie onderzocht. Uit het onderzoek van de Salvage Dienst en het onderzoek van Ing. Bremer en de brandschade-experts van Krantz en Polak Resolve bleek dat er geen spoedeisende noodvoorzieningen nodig waren.
Sloper Tijsterman werkte de eerste twee weken aan de asbestverwijdering en het weer waterdicht maken van de naast gelegen panden van het stadsdeel (JH87) en projectontwikkelaar Boeren (JH91).
Ruim twee weken na de brand startte Tijsterman zonder opdracht van Bremer met de sloop van de  voorgevel en het verwijderen van de verbrande huisraad van de krakers.
Op 23 maart 2005 heeft Bremer ambtenaar Ron de Waal gebeld (zie 50323T) om hem te zeggen (zie 50323G) dat er geen werkzaamheden aan zijn pand mochten worden verricht.
Uit dit gesprek blijkt duidelijk dat Ron de Waal zonder de toestemming van Bremer opdracht had gegeven aan Tijsterman om werkzaamheden aan het pand van Bremer te verrichten.
Wanneer en welke opdracht Ron de Waal c.q. het stadsdeel precies aan Tijsterman heeft gegeven is nog steeds onduidelijk.
Bremer kreeg pas op 14 april 2005 een ongedateerde werkomschrijving van de zonder zijn toestemming uitgevoerde werkzaamheden.
De brief is aangemerkt als besluit en na een bezwaarprocedure heeft het stadsdeel het besluit op 5 juni 2007 aangepast, omdat bij de aanschrijving niet was gemotiveerd waarom de aanschrijving pas was verstuurd nadat de werkzaamheden waren verricht.

Uitspraak Raad van State 23 december 2009
Het op 5 juni 2007 aangepaste besluit om Bremer kosten in rekening te brengen is op 23 december 2009 door de Raad van State vernietigd.
Het oordeel van de Raad van State was gebaseerd op het feit dat de sloper pas meer dan 2 weken na de brand werkzaamheden had verricht die het stadsdeel aanmerkte als noodzakelijk en spoedeisend om gevaar voor de openbare ruimte te voorkomen.
De Raad van State stelde dat het stadsdeel Bremer schriftelijk had moeten aanschrijven voor alle werkzaamheden die na 10 maart 2005 door de sloper waren verricht.
Aangezien de eerste werkzaamheden in verband met mogelijk gevaar voor de openbare ruimte pas meer dan 2 weken na de brand waren uitgevoerd, voldeed het stadsdeel niet aan de criteria om de werkzaamheden zonder kennisgeving c.q. aanschrijving uit te laten voeren.
Mede op grond van het feit dat Bremer naast zijn eigen kennis ook nog een onderzoek had laten doen door de gerenommeerde Brandschade expert Krantz en Polak Resolve vernietigde de Raad van State het op 5 juni 2007 gewijzigde besluit van 14 april 2005 om Bremer kosten in rekening te brengen voor de door Tijsterman uit gevoerde werkzaamheden.
Destijds was nog niet eens bekend dat het besluit van 14 april 2005 slechts is gebaseerd op een zeer dubieuze verklaring van inspecteur Ron de Waal.
De rechter die een oordeel moest vellen over het besluit om kosten in rekening te brengen heeft Ron de Waal op 16 oktober 2008 onder ede verhoord.
Bremer heeft op grond van het verhoor onder ede van Ron de Waal aangifte gedaan voor meineed (zie 10527).
Aangezien meerdere verklaringen onder ede van Ron de Waal aantoonbaar in strijd zijn met de feiten heeft Bremer de bewijsstukken ingebracht bij de procedure bij de Raad van State (zie 120221) en de aangifte voor meineed  (zie 120220).

Alle documenten over opdrachtverlening sloopwerkzaamheden niet geregistreerd
Op 23 februari 2012 heeft Bremer vragen gesteld in het kader van de Wet Openbaarheid van Bestuur.
Uit de antwoorden op de WOB-vragen van 4 april 2012 blijkt dat er geen enkel gedateerd en ondertekend document is waarin de opdracht tussen sloper Tijsterman en het stadsdeel is vastgelegd.
De Waal heeft op 16 oktober 2008 onder ede verklaard dat hij een werkbeschrijving per fax aan Tijsterman heeft gezonden. Dit document is echter nergens geregistreerd. (zie 120404).
Ook de verklaring van de Waal dat zijn chef dezelfde werkbeschrijving zou hebben ondertekenend is niet meer te verifiëren.
Dit maakt Ron de Waal alleen maar meer verdacht. Normaal gesproken worden alle in en uitgaande documenten door het stadsdeel geregistreerd in het postregistratiesysteem (docman). Terwijl de Waal wist dat Bremer de eventueel noodzakelijke werkzaamheden in eigen beheer zou doen heeft hij hem alleen verzocht om het pand dicht te maken voor indringers.
Dat de officiële brieven nu verdwenen zijn is zeer vreemd.
Op de dag voor de zitting bij de bestuursrechter stuurde het stadsdeel een kopie van de door Ron de Waal opgestelde en door de eigenaar van 2eJvdH91 ondertekende verklaring dat deze aan Tijsterman de opdracht gaf alle noodzakelijke voorzieningen te treffen. Doordat de brief bij Rond de Waal was geregistreerd en niet in het postregistratiesysteem in niet te verifiëren wanneer de verklaring naar Boeren is gestuurd en of deze de verklaring inderdaad op 10 maart 2005 (zie 50310) zou hebben ondertekend.
In middels hebben reeds meer dan 20 juristen van het stadsdeel geprobeerd het “onzorgvuldige” handelen van Ron de Waal en andere ambtenaren van de afdeling handhaving B&W proberen recht te praten.
Tot mei 2012 heeft Bremer meerdere keren contact gehad met de Officier van Justitie die onderzoekt of Ron de Waal vervolgd kan worden voor meineed.
Op 16 mei 2012 had de Officier van Justitie nog steeds niet besloten of Ron de Waal vervolgd zal worden voor meineed.
Inspecteur Ron de Waal is sinds 2007 (zie 70421) een hoofdverdachte in de zogenaamde asbestfraude zaak en is sinds 2007 niet meer werkzaam als inspecteur handhaving bouwen en wonen.

Voor Bijlagen zie: 120516 Bijlagen opdrachtverlening sloopwerk

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *