100405: Stadsdeel trok geen conclusies uit uitspraak Raad van State 011205

Volgens de uitspraak van de Raad van State uit 2001 had aan de woningonttrekking van 2eJvdH89-1 en de samenvoeging van 2eJvdH89-H met 2eJvdH89-1 specifieke besluitvorming op grond van de Huisvestingswet vooraf dienen te gaan met de daarbij behorende mogelijkheden van bezwaar (en beroep). (zie 11205)
Het stadsdeel trok uit bovenstaande overweging van de Raad van State niet de conclusie dat het adres van de zelfstandige woning ten onrechte was verwijderd uit het woningenbestand.
Het stadsdeel bleef weigeren om het adres weer op te voeren en weigerde zelfs om daarover een voor beroep vatbaar besluit te nemen.
Het standpunt van het stadsdeel was zeer halsstarrig. Het stadsdeel concludeerde uit het feit dat de Raad van State de bezwaren tegen de adresbeschikking ongegrond verklaarde dat de indeling van het pand volgens de adresbeschikking ook juist was.
Het stadsdeel ging voorbij aan het feit dat de zelfstandige woning 2eJvdH89-1 reeds 3 dagen voor de adresbeschikking zonder kennisgeving en besluit was afgevoerd uit het woningenbestand (zie 991015).
Op pagina 2 van de adresbeschikking (zie 991018) staat  weliswaar dat 2eJvdH89 alleen nog maar bestaat uit (H+2+3), maar dat betekent natuurlijk niet dat de adressering van het pand daarmee juist was. Volgens de APV moet namelijk aan elk object een adres worden toegekend. En dus ook aan de zelfstandige woning op de eerste verdieping van 2eJvdH89.
Door de afkeer van het stadsdeel om fouten te herstellen duurde het nog bijna 6 jaar tot de Raad van State het stadsdeel op de vingers tikte voor de onrechtmatige verwijdering van het adres 2eJvdH89-1 uit het woningenbestand.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *