70610: 1a. 2e Jan van der Heijdenstraat 87+95

Stadsdeel Oud Zuid gaf op 17 oktober 2005 2 panden in de 2eJvdH uit in erfpacht voor samen 375.000 Euro en stelde de prijs van de opstallen vast op waarde nihil (zie 51017). De koper verkocht deze panden binnen een halfjaar door op erfpacht voor totaal EUR 1.500.000 (zie 60411). Met deze transacties had de koper dus totaal EUR 1.500.000 “verdiend”.
Drie kandidaten mochten in 2004 op de panden bieden. Ik heb sterke aanwijzingen dat de drie kandidaten elkaar al kenden en waarschijnlijk ook wisten dat zij tot de zeer selecte groep hoorden die op de panden mochten bieden.
Het is verder merkwaardig dat dezelfde drie (rechts)personen ook mochten bieden op een ander object (Quellijnstraat 138-2).
Waarom slechts deze drie kandidaten mochten bieden is volstrekt onduidelijk.
Kandidaat koper dhr Weijnen kocht in 2003 ook een vrijstaande woning met kantoorruimte van het stadsdeel voor een zeer schappelijke prijs van 112.480 Euro (zie 30917).
De panden van het stadsdeel maakten deel uit van de stadsvernieuwingslocatie 2eJvdH85-99.
In 1999 bood het stadsdeel aan haar 2 panden 2eJvdH87+95 te verkopen aan de andere particuliere eigenaren (waaronder ik) van de locatie. Het stadsdeel is deze aanbieding echter niet nagekomen. Op 2 juli 2004 deed ik een bod op de panden en daarin betrok ik mijn geleden schade als gevolg van het illegaal samenvoegen door het stadsdeel van de zelfstandige woning 2eJvdH89-1met de bedrijfsruimte 2eJvdH89-H van mijn pand (zie 40702 en 40703).
Van de illegale samenvoeging heb ik aangifte gedaan bij Officier van Justitie Mr. J.E.R. Osinga, omdat ambtenaren van het stadsdeel documenten valselijk hebben opgemaakt.
Op 22 juli 2004 besloot het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel om 2 panden te verkopen in de 2e JvdH voor samen 375.000 Euro (zie 40722). Uit de daarbij gevoegde brief van 22 juni 2004 (zie 40623) blijkt dat de bieder echter niet had voldaan aan de inschrijvingsvoorwaarden. Bij besluit van 22 juli 2004 ging het stadsdeel toch akkoord met de bieding van Sandstenen Projecten, terwijl toen nog niet aan de inschrijvingsvoorwaarden was voldaan. Op 1 augustus 2004 moesten de aanvragen voor de bouwvergunningen zijn ingediend, maar ook aan die voorwaarde werd door Sandstenen Projecten niet voldaan.
Op 17 augustus 2004 is er melding gedaan in de stadsdeelkrant dat er voor 2eJvdH87+95 bouwaanvragen waren gedaan. Destijds heb ik de stukken bekeken en geconstateerd dat deze niet volledig waren. Verder bleek volgens de stempels de datum van binnenkomst 31 juli 2004 te zijn en dat was vreemd genoeg een zaterdag.
Wat hier ook van zij het besluit van 22 juli 2004 was zonder meer onrechtmatig. Volgens de voorwaarden zou er eerst getoetst moeten worden of er voor 1 augustus 2004 een bouwaanvraag was ingediend alvorens akkoord kon worden gegaan met de uitgifte in erfpacht aan Sandstenen Projecten BV. Het besluit had dus pas na 1 augustus genomen kunnen worden.
Uit de brief van 22 juni 2004  blijkt ook dat er aan de inschrijvingsvoorwaarden niet was voldaan. Volgens de inschrijvingsvoorwaarden had er reeds 4 weken na 13 februari 2004 een bouwaanvraag ingediend moeten zijn. Toen bleek dat niet aan deze voorwaarden was voldaan werden de voorwaarden aangepast.
In de brief van 22 juni 2004 staat: “Ik (Hoofd Grondzaken) kan u thans meedelen dat m.b.t. 1 van de inschrijvingsvoorwaarden er thans de voorwaarde wordt gesteld dat de aanvraag voor de bouwvergunning voor 1 augustus 2004 bij de afdeling vergunningen dient te zijn ingediend. E.e.a. ter correctie van de destijds opgenomen termijn van “binnen 4 weken na 13 februari 2004”. Samengevat de secretaris en de voorzitter van het DB hebben met het besluit van 22 juli 2004 (40722) gehandeld in strijd met de inschrijvingsvoorwaarden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *