70608: 1c.Wat maakt de verkoop van de stadsdeelpanden dubieus?

Blijkens een memo van 8 februari 2005 aan het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel heeft dhr C.A.Baneke aangestuurd op een tender in plaats van een transparante verkoop via de veiling.
In de desbetreffende memo wordt ook het minimumverkoopbedrag van 60.000 Euro genoemd.
De inhoud van dit memo was tot juli 2005 niet openbaar.
Op 18 mei constateerden de betrokken ambtenaren Hovelmann en Baneke dat het maximale precies het minimumverkoopbedrag van 60.000 Euro was (zie 50606) .
De koper en een zakenpartner kochten daarna voor 2,5 keer zo veel de overige appartementen van de eigenaar-bewoners.
Het gehele pand werd na ruim 1 jaar met een winst van totaal 265.000 Euro doorverkocht.
Zie koopsomoverzicht kadaster (70505) en de leveringsakte (51208) . Uit de leveringsakte van Quellijnstraat 138-1 blijkt dat 2 van de personen die werden uitgenodigd om te bieden gezamenlijk eigenaar zijn van Deenik Weijnen Vastgoed BV (zie 61101).
Anders dan in de leveringsakte van 8 december 2005 staat vermeld werd de woning niet bewoond. In december 2005 ben ik met mevrouw Visser in de woning geweest en heb ik kunnen zien dat daar nog wel huisraad stond, maar dat er niet werd gewoond. Dit bleek onder andere uit de hoeveelheid ongeopende brieven en de dikke laag stof op tafels en gebruiksvoorwerpen.
Het is zeker niet ondenkbaar dat ambtenaren van het stadsdeel wisten dat de woning niet werd bewoond op het moment van het opstellen van de tender en de verkoop.
Doordat deze informatie niet bij het Grondbedrijf aanwezig was, kon het blijkbaar akkoord gaan met de lage minimumverkoopprijs van 60.000 Euro.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *