70604: 4.Scheve vloeren

Als de vloeren van een pand volgens het Handboek Basiskwaliteit (kader voor actief aanschrijven in Amsterdam) schever zijn dan 2 cm op een meter dan moet het pand aangeschreven worden om de vloeren horizontaal te leggen.
Ik was heel goed op de hoogte van de scheefstand. De gebruiker van de bedrijfsruimte zou immers huurverlaging kunnen krijgen, omdat het pand schever was dan de norm van de huurcommissie 15mm op een meter (zie 10306) . Dit was ook het enige gebrek op grond waarvan de huur werd verlaagd.
Ik had er dus alle belang bij dat het pand werd aangeschreven op de scheve vloeren.
Als het pand 2eJvdH89 net zoals het pand van het stadsdeel was aangeschreven om de vloeren horizontaal te leggen was er sprake van sloop van een woning en herbouw.
Daarna kon ik via de rechter afdwingen dat ik in de gelegenheid moest worden gesteld om de vloeren horizontaal te leggen. Voor het horizontaal leggen van de vloeren moeten de balken omhoog en/of omlaag worden gelegd en dat kan alleen als de planken eraf zijn en daartoe moet het pand eerst geheel leeg worden gemaakt. Het spreekt voor zich dat de bewoners bij zo”n ingrijpende ingreep de woning moeten verlaten.
Ik heb dhr de Waal veelvuldig verzocht om het pand aan te schrijven op scheve vloeren en de brandonveilige situatie (zie bij voorbeeld 51108) . In de vooraanschrijving van 17 mei 2004 stond echter niet vermeld dat de vloeren horizontaal gelegd moesten worden. Toen ik dhr de Waal om een verklaring vroeg, zei hij dat dit niet nodig was, omdat ik al had aangegeven dat ik dat zou doen. Hij gaf verder aan dat dit bij de definitieve aanschrijving die snel zou komen kon worden aangepast.
Toen ik op 41202 de definitieve aanschrijving kreeg, bleek dat de vloeren van mijn pand 2eJvdH89 nog steeds niet horizontaal gelegd hoefden te worden. Het was des te vreemder dat de panden die waren verkocht via de tender aan de huizenhandelaar wel werden aangeschreven om de vloeren horizontaal te leggen. (zie 41202S87 en 41202B89).
Tegen de aanschrijving heb ik onder andere bezwaar gemaakt, omdat ik volgens het kader actief aanschrijven ook aangeschreven had moeten worden om de vloeren horizontaal te leggen.
In 2000 heb ik samen met de andere eigenaren de panden laten waterpassen in verband met het benodigde funderingsherstel. In 2005 heb ik de vloeren weer waterpast (zie 50320).
Op 21 maart 2005 (50321) heb ik het stadsdeel nogmaals verzocht om de scheefstand van de panden 2eJvdH87-95 te verifiëren, maar op 50412 liet het Dagelijks bestuur van het stadsdeel weten dat het beschikte over voldoende gegevens over de scheefstand.
De hele stadsdeelorganisatie neemt het blijkbaar op voor een ambtenaar die aantoonbaar onjuist heeft gehandeld.
Ik kan met behulp van opgenomen telefoongesprekken aantonen dat dhr de Waal meerdere keren toezeggingen heeft gedaan om de scheefstand op te nemen in de aanschrijving en dat dhr de Waal dit later toch niet heeft gedaan.
Nadat mij bekend werd dat in de definitieve aanschrijving de vloeren van 2eJvdH89 niet waren aangeschreven, heb ik veelvuldig contact gehad met dhr de Waal om de vloeren van alle panden op te meten om zodoende de aanschrijvingen te kunnen aanpassen (zie o.a. 50321).
Uiteindelijk gaf dhr de Waal aan dat hij van het stadsdeel geen opdracht mocht geven om alle panden op te meten.
Op 8 maart 2005 is het pand 2eJvdH89 door brand verloren gegaan.
Met behulp van opgenomen telefoongesprekken kan ik aantonen dat dhr de Waal toezeggingen heeft gedaan en deze later niet is nagekomen. Hierbij zei dhr de Waal steeds dat de afdeling niet wilde meewerken.
Ik heb echter sterke aanwijzingen dat dhr de Waal tegen mij andere dingen zei dan tegen zijn collega”s van het stadsdeel.
In de pleitnotitie van het stadsdeel voor de beroeps- en bezwaarschriftencommissie van 60811 staat op pagina 2: Het is overigens ook niet juist dat de heer Wildevuur uitgeplaatst zou moeten worden indien de heer Bremer wel zou zijn aangeschreven tot het horizontaal leggen van de vloeren. De behandelend inspecteur is ermee bekend, dat de heer Wildevuur in dat geval de eerste bouwlaag zou betrekken ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden op de tweede bouwlaag om vervolgens tijdens het vernieuwen van de fundering weer terug zou gaan naar de tweede bouwlaag.
De behandelend inspecteur dhr de Waal wist dat dhr Wildevuur helemaal niet wilde meewerken. Tegen zijn collega’s heeft hij blijkbaar iets anders gezegd. Bovendien was het om technische redenen niet mogelijk, want voor het horizontaal leggen van vloeren worden de balklagen vervangen of verlegd. Voor het horizontaal leggen van de  balklaag tussen 1-hoog en 2-hoog moeten dan beide verdiepingen geheel vrij zijn.
Ik kan op grond van meerdere documenten en vastgelegde gesprekken aantonen dat dhr de Waal aan mij te kennen heeft gegeven dat hij wist dat dhr Wildevuur niet wilde meewerken aan de renovatie.

Samengevat: Dhr de Waal wist dat het aanschrijven van de vloeren van groot belang was, omdat de gebruikers anders de renovatie verder onmogelijk konden maken.
De heer de Waal beschikte over een vonnis van de rechtbank waarin stond dat de krakers pas konden worden ontruimd als de bedrijfsruimte leeg was voor het funderingsherstel.
Door de weigering om het pand aan te schrijven op de scheefstand en de weigering om mee te werken op het onbewoonbaar verklaren in verband met de extreem brandonveilige situatie en het afwezig zijn van gas- en elektra kon er niets aan het pand worden gedaan.
Dhr de Waal heeft willens en wetens het pand ten onrechte niet aangeschreven om de vloeren horizontaal te leggen. Dhr de Waal heeft zijn collegax92s andere informatie gegeven dan hij had moeten doen en hij aan mij heeft meegedeeld.

Twee jaar na de brand werd pas begonnen met het funderingsherstel en het horizontaal leggen van de vloeren van alle panden van de locatie 2eJvdH87-99 (zie foto 70107).
Alle balklagen van de panden 2eJvdH87 t/m 2eJvdH99 zijn in de jaren 2007 t/m 2009 volledig vervangen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *