70602: 6. Sloopkosten

Op de ochtend van 8 maart 2005 na de brand heeft dhr de Waal om 9.00 uur een opdracht verstrekt aan een sloopbedrijf zonder mij daarvan van tevoren op de hoogte te stellen.
Toen ik dit vernam heb ik duidelijk gemaakt dat er aan mijn pand voorlopig nog niets moest gebeuren voordat de oorzaak van de brand was vastgesteld.
Verder heb ik te kennen gegeven dat ik alle werkzaamheden aan mijn pand in eigen beheer wilde doen en dat ik daarvoor per direct een bouwteam beschikbaar had. Ik heb gevraagd wat ik per direct kon en moest doen. Het enige wat ik kon en moest doen volgens Ron de Waal was het ontoegankelijk maken van het pand. Dit heb ik in de middag van 8 maart 2005 gedaan.
Hoewel de naastgelegen panden na de brand op 8 maart 2005 niet meer bewoond zouden worden, werden er kostbare voorzieningen getroffen die veelal overbodig waren.
De eerste weken werden er werkzaamheden aan de panden 2eJvdH87 en 91 gedaan, maar de laatste dagen dat de sloper werkte heeft deze zonder mijn toestemming en zonder enige vorm van overleg houtkool en huisraad uit mijn pand verwijderd en de voorgevel gesloopt.
Hierdoor was het niet meer mogelijk voor mij en derden onderzoek te verrichten naar de oorzaak van brand.
Achteraf heeft dhr de Waal een notitie opgesteld waarin hij o.a. schreef dat ik alle medewerking en opdrachtverstrekking weigerde ondanks 4x herhaald verzoek. (zie 50324)
Op 14 april 2005 kreeg ik van het stadsdeel een werkomschrijving van het sloopbedrijf voor werkzaamheden aan de panden 2eJvdH87-89-91 en op 13 mei 2005 kreeg ik een rekening van het stadsdeel van ruim 45.000 Euro.
Volgens de notulen van de zitting voor de beroeps- en bezwaarschriftencommissie van 22 februari 2007 heeft een lid aan dhr de Waal gevraagd toe te lichten waarom er direct is gekozen voor bestuursdwang. Dhr de waal antwoordde hierop: “Bij dhr Bremer bestond geen enkele bereidheid om op dat moment doelgericht op te treden.”
Dat is onjuist omdat ik had aangegeven dat ik alles in eigen beheer wilde doen en aan de heer de Waal heb gevraagd of er iets aan mijn pand moest gebeuren. De heer de Waal gaf toen alleen aan dat ik het pand moest dichttimmeren en verder niets.

Ik heb vanaf 8 maart 2005 zijn alle (telefoon)gesprekken met dhr de Waal opgenomen.
Op grond van deze gesprekken valt duidelijk af te leiden dat dhr de Waal dhr Bremer geen 4 keer heeft verzocht om een opdracht te verstrekken voordat het stadsdeel een opdracht verstrekte.

Ik verzoek u dhr Ron de Waal te vervolgen voor xxx.

Ik wil later in de gelegenheid gesteld worden om dit dossier aan te vullen en toe te lichten.
Als u na lezing van dit stuk vragen heeft, ben ik graag bereid u meer informatie te verstrekken.
Ik wil u zo nodig graag op alle manieren helpen bij uw onderzoek.

Ik verzoek u de strafbare feiten waarvan aangifte wordt gedaan te doen onderzoeken. Tevens verzoek ik u te worden geinformeerd omtrent de voortgang van het onderzoek en de beslissing ten aanzien van de vervolging als bedoelt in artikel 167 Wetboek van strafvordering.

Waarvan door mij aangifte werd gedaan te Amsterdam op 29 juni 2007.
H.C. Bremer

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *