100417: Samenvatting wegadresseren illegaal bewoonde woning 2eJvdH89-1

Het pand 2e Jan van der Heijdenstraat 89 was sinds april 1999 eigendom van Hans Bremer en bestond uit een bedrijfsruimte op de begane grond en drie bovengelegen woningen.
Volgens het woningbestand van de gemeente Amsterdam had het pand 2eJvdH89 op 26 januari 1998 vier adressen: 89-Huis : bedrijfsruimte daarboven 89-1, 89-2 en 89-3: zelfstandige woningen (zie 980126).
Het woonhuis 89-1 werd door de officiële huurder van de bedrijfsruimte ( TV Videocenter) onderverhuurd aan W. Wildevuur voor aanvankelijk Hfl. 450,- per maand. In tegenstelling tot de feitelijke situatie heeft Wildevuur zich in 1991 bij het stadsdeel ingeschreven als bewoner op 89 Huis.
Nadat TV Videocenter eind 1994 de huur had opgezegd, heeft Wildevuur zijn bedrijf EPS ingeschreven op 2eJvdH89-H bij de Kamer van koophandel en mocht hij in verband met zijn bedrijfsactiviteiten de huurovereenkomst voor de bedrijfsruimte 2eJvdH89-H en de woning 2eJvdH89-1 van de vorige huurder TV Video Center overnemen totdat het pand zou worden gesloopt of gerenoveerd.
In mei 1999 werd de huur van de bedrijfsruimte opgezegd, vanwege dringend eigen gebruik om het pand te kunnen renoveren in het kader van het stadsvernieuwingsproject van de panden 2eJvdH 85 t/m 99 . De opzegtermijn bedroeg in deze 1 jaar.
Binnen het kader van dit project kwamen alle bewoners in aanmerking voor een uitplaatsingsvergoeding van 8000 gulden en werden de bewoners “stadsvernieuwingsurgent” zodra de eigenaar met een “vernieuwbouwplan” kwam, op grond waarvan de bewoners om technisch noodzakelijke redenen het pand (tijdelijk) moesten verlaten.
De bewoner van 89-2 stond evenwel al circa 15 jaar ten onrechte ingeschreven op 89-1. Een misverstand omdat de toenmalige eigenaar de woning 2eJvdH89-2 in het huurcontract omschreef als eerste bovenwoning. Enigszins verklaarbaar omdat 2eJvdH89-1 tot 1990 werd bewoond door de gebruiker van de bedrijfsruimte 2eJvdH89-H.

Reactie bewoners
Op 30 juli 1999 werden alle bewoners van het pand 2eJvdH89 stadsvernieuwingsurgent (zie 990730).
De bewoners van 89-2 en 89-3 maakten binnen een jaar naar alle tevredenheid gebruik van de uitplaatsingsbemiddeling door de Stedelijke Woningdienst.
Wildevuur startte echter een procedure bij de Huurcommissie op grond van de scheve vloeren. Wildevuur / EPS weigerde te overleggen over de noodzakelijke uitplaatsing voor het funderingsherstel en het horizontaal leggen van de extreem verzakte vloeren.

Het stadsdeel hielp EPS/Wildevuur, terwijl Wildevuur niet beschikte over de vereiste woonvergunning, via onderhuur een huurder van bedrijfsruimte was geworden en zich manifesteerde als gedupeerde huurder.
Zonder overleg met de eigenaar voegde het stadsdeel op 15 oktober 1999, met terugwerkende kracht tot 1 oktober 1999, 2eJvdH89-1 af uit het woningbestand en daardoor bestond 2eJvdH89-H uit twee verdiepingen (zie 991015) .
Op 19 oktober 1999 stuurde het stadsdeel de adresbeschikking naar bureau informatiemanagement, beheerder van het woningregistatiesysteem (zie 991019) .
Naar eigenaar Hans Bremer werd een onvolledige adresbeschikking gestuurd op 18 oktober 1999 waarin 89 huis werd geregistreerd als bedrijf + woning. Dit schrijven werd afgesloten met een “volledigheidshalve correcte adressering van het pand”, waarbij 89-1 niet in de opsomming was meegenomen (zie 991018).
Hans Bremer maakte bezwaar tegen de mutatie en de onvolledige opsomming (zie 991102). Dit bezwaar werd door het stadsdeel verworpen, waarbij voorbij werd gegaan aan het feit, dat de samenvoeging had plaatsgevonden zonder dat daarvoor een vergunning was verstrekt. Deze zienswijze is later bevestigd door de Raad van State (11205). Het stadsdeel gaf ondanks vele verzoeken van Bremer in de periode tot oktober 2004 geen gehoor aan het verzoek om aan de zelfstandige woning weer een adres te geven (zie o.a. 31218  en 41021).
Ook de verzoeken om een voor beroep vatbaar besluit te nemen werden lage tijd niet gehonoreerd. Pas in oktober 2004 werd Bremer in de gelegenheid gesteld om bezwaar te maken tegen de weigering van het stadsdeel om een voor beroep vatbaar besluit te nemen. Zie bezwaarschrift (41105).

Raad van State
Ook nu was er weer een uitspraak van de Raad van State nodig om dit bezwaarschrift gegrond te verklaren. In hoger beroep werd op 29 augustus 2007 de uitspraak van de rechtbank Amsterdam (december 2006) vernietigd en werden besluiten van het dagelijks bestuur van het stadsdeel uit de jaren 2004 tot en met 2007 vernietigd of herroepen en kende de Raad van State met terugwerkende kracht aan de woning op de eerste verdieping van de 2eJvdH89 weer het adres 2e Jan van der Heijdenstraat 89-1 toe (70829).

Conclusie
Uit het bovenstaande kan geen andere conclusie worden getrokken dat Hans Bremer er alles aan heeft gedaan om de fout van het stadsdeel te herstellen. Het stadsdeel zelfs na de twee uitspraken van de Raad van State weigerde om dit dossier ordentelijk af te wikkelen door zelfs overleg over de geleden schade als gevolg van het onrechtmatig handelen te weigeren.

100416: Verschillen regime bedrijfshuur en woninghuur

Volgens de Nederlandse wet gelden er andere regels voor het huren van een woning en het huren van bedrijfsruimte.
Huurders van een sociale woning hebben een betere huurbescherming (o.a. de maximale huurprijs van een woning wordt bepaald door de overheid en de huur kan slechts in bijzondere omstandigheden door de verhuurder worden opgezegd).
Bedrijfshuur kan door de verhuurder elke 5 jaar worden opgezegd en de huurprijs kan elke 5 jaar extra worden verhoogd.
Er zijn ook objecten met zowel een bestemming woning en bedrijf. Dit geldt bijvoorbeeld voor veel winkelruimten, waar de winkelier boven de winkel woont.
Een dergelijk object wordt dus verhuurd onder het regime bedrijfshuur, omdat de huurprijs voor het grootste deel wordt bepaald door de huurwaarde van de bedrijfsruimte.
Het is ook mogelijk dat een winkelier een afzonderlijke woning en een afzonderlijke bedrijfsruimte huurt. Er zijn dan twee aparte huurovereenkomsten voor de bedrijfsruimte en de woning.
Zelfs bij woningverhuur zijn er 2 aparte huurovereenkomsten mogelijk. Dit geldt bijvoorbeeld voor het huren van een woning waarbij een garage kan worden gehuurd. Voor de niet-bewoonde garage gelden dan andere huurvoorwaarden dan voor de woning.

100415: Het gebruik van 2e Jan van der Heijdenstraat 89

Tot voor zover is na te gaan was op de begane grondverdieping van 2eJvdH89 sinds 1920 een bedrijf gevestigd. Van 1948 tot 1989 zat er een drukkerij en daarna een elektronica zaak. De bovengelegen woning 2eJvdH89-1 werd destijds bewoond door de eigenaar van het bedrijf. De huurovereenkomst viel onder het regime bedrijfshuur.
In 1995 werd de huurovereenkomst opgezegd en bleek dat zowel de bedrijfsruimte 2eJvdH89-H als de daarboven gelegen distributiewoning 2eJvdH89-1 in gebruik waren genomen zonder toestemming van de eigenaar. De woning bleek zonder de vereiste woonvergunning en toestemming van de eigenaar te zijn onderverhuurd aan W.Wildevuur. (zie de door W.Wildevuur opgesteld onderhuurovereenkomst voor 2eJvdH89-1:  901001) .
In overleg met de toenmalige eigenaar mocht de gebruiker van de bedrijfsruimte in verband met de vestiging van zijn bedrijf in de bedrijfsruimte de huurovereenkomst van de vorige huurder van de bedrijfsruimte overnemen. Sinds maart 1995 betaalde de gebruiker European Perfusion Service (hierna EPS) dezelfde huur als de vorige huurder TV Video center. (zie registratie EPS op bedrijfsruimte 2eJvdH89-H: 950330).

100414: Stadsvernieuwingsurgentie bewoners 2eJvdH85-99

In het kader van het stadsvernieuwingsproject kwamen alle bewoners van de panden 2eJHvdH85t/m99 in aanmerking voor een uitplaatsingsvergoeding van 8000 gulden en werden de bewoners stadsvernieuwingsurgent zodra de eigenaar met een vernieuwbouwplan kwam op grond waarvan de bewoners om technisch noodzakelijke redenen het pand (tijdelijk) moesten verlaten.
Op 30 juli 1999 werden alle vier bewoners van het pand 2eJvdH89 stadsvernieuwingsurgent.
Drie van de vier bewoners maakten binnen een jaar naar alle tevredenheid gebruik van de uitplaatsingsbemiddeling door de Stedelijke Woningdienst.
In mei 1999 werd de huur van de bedrijfsruimte 2eJvdH89-H opgezegd.
De gebruiker van de bedrijfsruimte 2eJvdH89-H (EPS) had echter ook de zelfstandige woning 2eJvdH89-1 in gebruik, zonder de daarvoor vereiste woonvergunning. EPS weigerde te overleggen over de noodzakelijke uitplaatsing voor het funderingsherstel en horizontaal leggen van de extreem verzakte vloeren.

100413: Toekenning adressen volgens APV

Ingevolge artikel 8.15, eerste lid, van de Algemeen plaatselijke verordening van de gemeente Amsterdam (hierna de APV) kennen burgemeester en wethouders aan elk object een adres toe.
Ingevolge artikel 8.13, aanhef en onder h, van de APV wordt onder verblijfsobject verstaan een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat rechtstreeks vanaf de openbare weg, via het eigen erf of een gemeenschappelijke ruimte toegankelijk is en waarbinnen alle ruimtes met elkaar in verbinding staan.
Een object kan een woon- of een bedrijfsbestemming hebben.
Een zelfstandige woning is een object dat afsluitbaar is en beschikt over een eigen toegang, WC, keuken en wasgelegenheid.
Volgens het woningenbestand van de gemeente Amsterdam had het pand 2eJvdH89 op 26 januari 1998 vier adressen:
2eJvdH89-H : bedrijfsruimte
2eJvdH89-1, 2eJvdH89-2 en 2eJvdH89-3: zelfstandige woningen (zie 980126)

100412: September 1999

Op 30 juli 1999 (zie 990730) kregen alle bewoners van 2eJvdH89 van het stadsdeel de stadsvernieuwingsstatus op grond van een vernieuwbouwplan.
Zij kregen 8000 gulden voor de uitplaatsing van het stadsdeel. Drie van de vier bewoners wilden daar graag gebruik van maken.
Voor de bewoner van woning 2eJvdH89-1 (die een bedrijf had gevestigd in de bedrijfsruimte 2eJvdH89-H) ontstond een probleem toen de woninggerechtigde van de zelfstandige woning 2eJvdH89-1 zich uitschreef.
De bewoner van 2eJvdH89-1 had namelijk geen woonvergunning en geen huurovereenkomst voor de zelfstandige distributiewoning 2eJvdH89-1. Bovendien was niet hij maar dhr de Wild Propitius de woninggerechtigde, omdat de Wild Propitius reeds 15 jaar op 2eJvdH89-1 stond ingeschreven. (zie 980126 en 991028).

100411: Oktober 1999

Op 13 oktober 1999 schreef  de woninggerechtigde dhr de Wild Propitius zich uit van de woning 2eJvdH89-1  (zie 980126 en 991028).
Op dat moment had de stedelijke woningdienst volgens de toenmalige regels binnen een week contact moeten opnemen met de eigenaar om een nieuwe huurder voor de distributiewoning voor te dragen of een termijn aan te geven voor de renovatie. Door twee zeer bijzondere acties van het stadsdeel gebeurde dat niet.
1. Op 15 oktober 1999 werd een document opgesteld door ambtenaar Ed Molekamp waarop stond vermeld dat de onderste twee bouwlagen waren samengevoegd en er een verbouwing had plaats gevonden. (zie 991015)
2. Op 18 oktober 1999 werd door ambtenaar Ed Molekamp een adresbeschikking gemaakt waar tegen bezwaar kon worden gemaakt. (zie 991018)

100410: Document 15 oktober 1999 ‘samenvoeging’

Volgens het document van 15 oktober 1999 zouden de onderste twee bouwlagen zijn samengevoegd. Hiervoor is echter nimmer de benodigde vergunning verstrekt waar tegen Bremer en andere betrokkenen bezwaar en beroep hadden moeten kunnen aantekenen.
Het document van 15 oktober 1999 kreeg Bremer niet van het stadsdeel, maar kreeg hij pas veel later van bureau informatie management dat destijds de mutaties in het woningenbestand doorvoerde. (zie 991015)
Als Bremer destijds van het document van 15 oktober 1999 op de hoogte was, had hij de mogelijkheid gehad om bezwaar te maken tegen de onrechtmatige “samenvoeging” en de verwijdering van de distributiewoning 2eJvdH89-1 uit het woningenbestand.

100409: Adresbeschikking van 18 oktober 1999

Op 20 oktober 1999 ontving Bremer geheel onverwacht de adresbeschikking van 18 oktober 1999. De zienswijzenbrief die het stadsdeel had verstuurd, kwam namelijk niet bij hem aan. Toen Bremer de adresbeschikking 991018 ontving heeft hij direct behandelend ambtenaar Ed Molekamp gevraagd op grond waarvan de adresbeschikking was gebaseerd. De heer Molekamp zei tegen Bremer dat de adresbeschikking was gebaseerd op dingen die stonden in de zienswijzenbrief die op 15 september 1999 naar hem zou zijn gestuurd. De heer Molekamp faxte op 20 oktober alsnog de zienswijzenbrief naar Bremer (zie 991020).
Volgens de zienswijzenbrief van 15 september 1999 had de gebruiker aangegeven dat hij op 2eJvdH89-H woonde. Volgens het stadsdeel zou daarom de bestemming van 2eJvdH89-H moeten veranderen van bedrijfsruimte in bedrijf + woning.
In de adresbeschikking werd echter met geen woord gerept over het verwijderen van het adres 2eJvdH89-1 uit het woningenbestand.
Destijds was het voor het eerst mogelijk dat sommige ambtenaren van de stadsdelen zelf mutaties konden doorvoeren in het woningenbestand. Dit moest ook schriftelijk worden vastgelegd op een document (zie 991015).
Het adres 2eJvdH89-1 werd afgevoerd op grond van het op 15 oktober 1999 opgestelde document. Dit document werd jammer genoeg niet naar mij gestuurd. Volgens de adresbeschikking van 18 oktober 1999 zou 2eJvdH89 bestaan uit 2eJvdH89-H (bestemming bedrijf + wonen) en 2eJvdH89-2 en 2eJvdH89-3 (met bestemming wonen). Uit de adresbeschikking bleek dus dat er alleen een bestemmingswijziging van 2eJvdH89-H had plaatsgevonden. Alleen tegen de adresbeschikking kon Bremer bezwaar maken.
Samengevat:
990915 Volgens zienswijzenbrief zou gebruiker bedrijfsruimte wonen op 2eJvdH89-H
991013 Woninggerechtigde van woning 2eJvdH89-1 deWildPropitius uitgeschreven
991015 Document samenvoeging onderste twee bouwlagen met terugwerkende kracht
991018 Adres 2eJvdH89-1 wordt met terugwerkende kracht tot 1 oktober verwijderd
991018 Adresbeschikking met bestemmingswijziging van 2eJvdH89-H
991020 Bremer ontvangt zienswijzenbrief van ambtenaar Molekamp
Opmerkingen:
Volgens het document 991015 ontstond het nieuwe adres 2eJvdH89-H op 1 oktober 1999. Ook de adresbeschikking 991018 (een voor beroep vatbaar besluit) was met terugwerkende tot 1 oktober 1999 van toepassing.
Doordat de woning 2eJvdH89-1 officieel niet meer bestond kon er geen controle meer plaats vinden op de illegale bewoning van de distributiewoning 2eJvdH89-1.
De woning werd fysiek bewoond door iemand die er niet stond ingeschreven.
Pas in 2007 oordeelde de RvS dat de woning op de eerste verdieping een zelfstandige woning was en werd de woning ook weer als zodanig geregistreerd.

 

 

100408: 19 oktober 1999 verwarring bij bureau informatiemanagement

Op 19 oktober verstuurde het stadsdeel de adresbeschikking naar bureau informatiemanagement. Een jaar later ontving Bremer op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur een document waarop aantekeningen stonden (zie 991019). Op dit document staat dat er blijkbaar was geconstateerd dat er iets mis was in het BVA-systeem (Basis Vastgoedregistratie Amsterdam). Wellicht heeft het stadsdeel daarna de adresbeschikking aangepast. Dit blijkt ook onder andere uit documenten die het stadsdeel ter inzage had gelegd voor de beroeps- en bezwaarschriftencommissie. (zie o.a. 991129).
Ook uit het verweerschrift van het stadsdeel blijkt dat het mogelijk is dat de adresbeschikking later is aangepast  (zie 991209).
In het verweerschrift staat: “In de beschikking van 18 oktober tenslotte, is wederom op juiste wijze weergegeven wat de situatie was op de hogere bouwlagen en is helaas abusievelijk melding gemaakt van OH + H.” Van een onderhuis was namelijk helemaal geen sprake.
Uit de documenten die Bremer later van bureau informatiemanagement ontving blijkt dat het adres 2eJvdH89-1 op 1 oktober 1999 is afgevoerd.
Uit een document van alle woningen die in verband met bouwactiviteiten zijn afgevoerd blijkt dat de woning 2eJvdH89-1 is afgevoerd in verband met verbouw (zie 991105). Hetzelfde blijkt uit een raadpleging van het BVA systeem  (zie 991205).
De desbetreffende documenten kreeg Bremer pas na de zitting van de beroeps- en bezwaarschriftencommissie van 10 december 1999.